Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procesverloop
2.De feiten
3.Het standpunt van de verzoeker
[…]”
Rechtbank Noord-Holland
De verzoeker heeft op 21 november 2022 een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die betrokken is bij een familierechtelijke procedure betreffende zijn minderjarige dochter. Het verzoek was gebaseerd op vermeende partijdigheid en misleiding door de rechtbank over de locatie van een zitting.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de verzoeker tijdig en correct was opgeroepen voor de zitting op 21 november 2022 in Haarlem, ondanks dat een gerelateerde procedure was doorverwezen naar de rechtbank Oost-Brabant. De rechter heeft het verzoek tot aanhouding van de zitting afgewezen en de zitting doorgang laten vinden.
De wrakingskamer oordeelt dat er geen feiten of omstandigheden zijn die objectief wijzen op vooringenomenheid of partijdigheid van de rechter. Het wrakingsverzoek is dan ook kennelijk ongegrond en wordt zonder mondelinge behandeling afgewezen. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen zonder mondelinge behandeling.