ECLI:NL:RBNHO:2022:10270
Rechtbank Noord-Holland
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens niet-naleving precontractuele informatieplichten in juridische dienstverleningsovereenkomst
De eisende partij, een burgerlijke maatschap, heeft de gedaagde partij gedagvaard wegens een overeenkomst voor juridische dienstverlening. De gedaagde partij is niet verschenen, waarna verstek is verleend.
De kantonrechter overweegt dat de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen ook van toepassing is op standaardovereenkomsten voor juridische dienstverlening. Daarbij moet voldaan zijn aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten uit Boek 6 BW. De eisende partij heeft echter niet gesteld of onderbouwd dat zij aan deze plichten heeft voldaan.
De eisende partij heeft wel werkzaamheden verricht, maar heeft nagelaten toe te lichten hoe en wanneer de overeenkomst tot stand kwam en hoe zij aan haar informatieverplichtingen heeft voldaan. Op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d Rv en artikel 21 Rv Pro moet de dagvaarding de eis en gronden vermelden en feiten volledig en waarheidsgetrouw aanvoeren. Dit is niet gebeurd.
Daarom wijst de kantonrechter de vordering af en veroordeelt de eisende partij in de proceskosten. De eisende partij krijgt geen gelegenheid om de vordering alsnog nader toe te lichten.
Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens het niet aantonen van naleving van precontractuele informatieplichten.