ECLI:NL:RBNHO:2021:983
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling hoofdverblijfplaats en zorgregeling na echtscheiding met alimentatiebijdragen
Partijen zijn gescheiden en hebben twee minderjarige kinderen. De rechtbank heeft de hoofdverblijfplaats van het ene kind bij de vrouw en het andere kind bij de man vastgesteld, conform het advies van de Raad voor de Kinderbescherming. De zorgregeling bepaalt dat de kinderen afwisselend bij de vrouw verblijven van donderdag na school tot vrijdagavond of zondagavond, met betrokkenheid van grootouders tijdens afwezigheid van de man.
De rechtbank beoordeelde de draagkracht van partijen en de behoefte van de kinderen volgens het Tremarapport 2020. De man heeft een aanzienlijk hogere draagkracht dan de vrouw, die beperkt is in haar financiële mogelijkheden. Op basis hiervan is de man verplicht een kinderbijdrage te betalen van €266 per maand voor het kind bij de vrouw en €90 voor het kind bij hem. Daarnaast is een partnerbijdrage van €201 bruto per maand vastgesteld.
De alimentatieverplichtingen gaan in op het moment dat de vrouw een eigen woning betrekt. De rechtbank benadrukt het belang van stabiliteit voor de kinderen en adviseert partijen om hun communicatie te verbeteren via een hulpverleningstraject. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan in hoger beroep worden aangevochten binnen drie maanden.
Uitkomst: Hoofdverblijfplaats en zorgregeling vastgesteld, man moet kinderbijdrage van €266 en €90 en partnerbijdrage van €201 bruto per maand betalen.