ECLI:NL:RBNHO:2021:9607
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering zorgverzekeraar wegens niet-naleving substantiëringsplicht
De zaak betreft een vordering van de zorgverzekeraar DSW tegen een verzekerde die de premies te laat zou hebben betaald. DSW vordert betaling van een bedrag inclusief rente en kosten, gebaseerd op niet tijdig betaalde premies van januari en september 2020.
De verzekerde betwist de vordering en stelt dat alle bedragen zijn voldaan en dat de gevorderde kosten onjuist zijn. De kantonrechter constateert dat DSW in de dagvaarding een verkeerde hoofdsom hanteert en dat de aanmaningen niet overeenkomen met de juiste premiebedragen. Tevens is onjuist vermeld dat de verzekerde de vordering niet betwist, terwijl zij dit wel heeft gedaan.
De kantonrechter oordeelt dat DSW niet heeft voldaan aan haar substantiëringsplicht, zoals vereist in artikel 21 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, en wijst daarom de vordering af. De proceskosten worden aan DSW opgelegd, maar worden nihil vastgesteld omdat de verzekerde in persoon procedeert.
Uitkomst: De vordering van de zorgverzekeraar wordt afgewezen wegens niet-naleving van de substantiëringsplicht.