Verzoekers, een gehuwd Nederlands stel, hebben een laissez-passer aangevraagd voor hun dochter, geboren via draagmoederschap in Oekraïne. De Minister van Buitenlandse Zaken weigerde de aanvraag omdat de geboorteakte volgens Nederlands recht onjuist is, waardoor de identiteit en nationaliteit van de dochter niet vastgesteld kunnen worden.
Verzoekers verblijven momenteel in Oekraïne met hun dochter, maar hun visa verlopen spoedig. Er loopt een procedure bij de rechtbank Den Haag om de familierechtelijke betrekkingen te erkennen. De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang en een humanitaire noodzaak om de dochter naar Nederland te laten reizen.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en draagt de minister op binnen tien dagen een laissez-passer te verstrekken. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.