ECLI:NL:RBNHO:2021:9365

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
12 februari 2021
Publicatiedatum
22 oktober 2021
Zaaknummer
8649496 \ WM VERZ 20-683
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:11 AwbArt. 9 WAHVArt. 11 lid 3 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring administratieve boete wegens snelheidsovertreding

Betrokkene is een administratieve boete opgelegd wegens het overschrijden van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom met 25 km per uur. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde omdat het te laat was ingediend.

Betrokkene stelde vervolgens beroep in bij de kantonrechter. Hoewel betrokkene aanvoerde niet in staat te zijn de zekerheid te betalen, werd het bedrag van de zekerheid verlaagd tot nihil, zodat inhoudelijke behandeling mogelijk was. De kantonrechter stelde echter vast dat het beroep bij de officier van justitie te laat was ingediend, namelijk na de wettelijke termijn van zes weken zoals voorgeschreven in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

De enkele stelling van betrokkene dat het beroep op 13 januari 2020 was ingediend, werd onvoldoende geacht. Ook was er de mogelijkheid om digitaal beroep in te stellen, maar betrokkene maakte geen aannemelijk dat de overschrijding verschoonbaar was volgens artikel 6:11 Awb Pro. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en kwam niet toe aan inhoudelijke beoordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de snelheidsovertredingsboete wordt ongegrond verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 8649496 \ WM VERZ 20-683
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 12 februari 2021
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 12 februari 20201. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: overschrijding maximum snelheid binnen de bebouwde kom,. (verkeerbord A1) met 25 km per uur.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
Betrokkene heeft aangevoerd niet in staat te zijn de in artikel 11, derde lid, WAHV voorgeschreven zekerheid te betalen. De kantonrechter is van oordeel dat er voldoende aanleiding bestaat om het bedrag van de door betrokkene te betalen zekerheid te verlagen tot nihil, zodat is toegekomen aan een inhoudelijke behandeling van de zaak.
Betrokkene heeft het beroep bij de officier van justitie te laat ingesteld. Volgens artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken. Het beroep is door betrokkene ingesteld op woensdag 22 januari 2020 (poststempel 21 januari 2020), terwijl dat beroep uiterlijk op maandag 20 januari 2020 ontvangen had moeten zijn.
De termijn voor het indienen van beroep is erg strikt. De poststempel geldt als bewijs dat een beroepschrift tijdig ter post is bezorgd. Als een beroepschrift per gewone post wordt verstuurd, is er geen verzendbewijs. Dat risico ligt bij de verzender. Als er geen beroepschrift is ontvangen, zal de verzender op een andere manier moeten aantonen dat het beroepschrift op tijd is verzonden. De enkele stelling van betrokkene dat hij op 13 januari 2020 beroep ingesteld heeft, is dan ook onvoldoende. Daarnaast was er ook de mogelijkheid om digitaal beroep in te stellen. Niet aannemelijk is geworden dat deze overschrijding van de beroepstermijn verschoonbaar is in de zin van artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De officier van justitie heeft het beroep van betrokkene bij de officier dus terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak wordt daarom niet toegekomen.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Slijkhuis, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: