ECLI:NL:RBNHO:2021:8645

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 januari 2021
Publicatiedatum
5 oktober 2021
Zaaknummer
8725402 \ WM VERZ 20-836
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete wegens overtreden geslotenverklaring afgewezen

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen. Hiertegen stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens richtte betrokkene zich tot de kantonrechter.

Op de zitting was de vertegenwoordiger van de officier van justitie aanwezig, betrokkene niet. De kantonrechter baseerde zich op een door de officier van justitie overgelegde foto waarop het voertuig van betrokkene duidelijk zichtbaar was, evenals de op de weg geplaatste witte lijn die de geslotenverklaring markeert. Hoewel het bord zelf niet zichtbaar was, achtte de rechter de gedraging bewezen.

Betrokkene voerde aan dat hij voorbij de geslotenverklaring met het voertuig was gekeerd, maar dit weerlegt de boete niet. De kantonrechter stelde dat betrokkene de keuze had om achteruit te rijden of vooruit te rijden en daarna te keren, en dat hij bewust koos voor de laatste optie, waarmee hij de geslotenverklaring negeerde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak werd gedaan door kantonrechter B. Voogd en is in het openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, mits de boete hoger is dan €70.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens overtreden geslotenverklaring wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 8725402 \ WM VERZ 20-836
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 15 januari 2021
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 15 januari 2021. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder handelen in strijd met een gesloten verklaring in beide richtingen.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
De kantonrechter is van oordeel dat op basis van de beschikbare gegevens de gedraging is komen vast te staan. Dit vindt steun in de door de officier van justitie aangeleverde foto, waarop het bord weliswaar ontbreekt, maar waarop het voertuig van betrokkene duidelijk zichtbaar is en waarop eveneens de op de weg geplaatste witte lijn zichtbaar is. Dat betrokkene voorbij de geslotenverklaring met het voertuig is gekeerd, maakt niet dat er geen boete mag worden opgelegd. Betrokkene had immers de keuze om ofwel achteruit te rijden en ter plekke te keren ofwel vooruit te rijden en daarna te keren en aldus de geslotenverklaring te negeren. Betrokkene heeft de keuze gemaakt om vooruit te rijden en de geslotenverklaring te negeren. De gevolgen van die keuze komen voor zijn rekening en risico. Dat het niet mogelijk was om vóór de geslotenverklaring te keren, is niet gebleken.
Het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd, wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: