ECLI:NL:RBNHO:2021:8642

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 januari 2021
Publicatiedatum
5 oktober 2021
Zaaknummer
8725371 \ WM VERZ 20-833
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gematigde bestuurlijke boete wegens parkeren in strijd met parkeerverbod

Betrokkene kreeg een bestuurlijke boete opgelegd wegens parkeren in strijd met een parkeerverbod (bord E1). Betrokkene voerde aan dat de gele streep ontbrak, het bord achter een gebouw verborgen was en het bord niet werd herhaald na het kruispunt. Ook stelde betrokkene dat de situatie inmiddels was gewijzigd met een blauwe streep aan die zijde van de straat.

De officier van justitie stelde ter zitting dat vanwege de veranderde verkeerssituatie de sanctie gematigd moest worden. De kantonrechter volgde dit standpunt en matigde de boete tot nihil. Hierdoor werd het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie gewijzigd.

De kantonrechter bepaalde tevens dat het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling had betaald, moest worden terugbetaald. Betrokkene was niet aanwezig bij de zitting. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending.

Uitkomst: De bestuurlijke boete voor parkeren in strijd met het parkeerverbod is gematigd tot nihil.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 8725371 \ WM VERZ 20-833
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 15 januari 2021
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 15 januari 2021. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: parkeren in strijd met parkeerverbod/parkeerverbodszone (bord E1).
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
Betrokkene stelt dat er ter plaatse geen gele streep is en dat het betreffende bord verborgen is achter een gebouw. Daarnaast wordt het bord niet herhaald na het kruispunt ter plaatse, aldus betrokkene. Tevens stelt betrokkene dat de situatie thans is gewijzigd en aan de betreffende zijde van de straat een blauwe streep is aangebracht.
Ter zitting heeft de vertegenwoordiger van de officier van justitie zich, in verband met de veranderende verkeerssituatie, op het standpunt gesteld dat de sanctie gematigd dient te worden. De kantonrechter volgt de vertegenwoordiger van de officier van justitie en bepaalt dat de sanctie wordt gematigd tot nihil.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: