Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Het verloop van de procedure
Overwegingen
De uitspraak
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). Tegen deze sanctie stelde betrokkene administratief beroep in bij de officier van justitie, die het beroep gegrond verklaarde en de sanctie vernietigde wegens onvolledige informatie van het bestuursorgaan.
De officier van justitie kende een proceskostenvergoeding toe van € 262,50, maar betrokkene was het hier niet mee eens en stelde beroep in bij de kantonrechter. De kern van het geschil betrof de hoogte van de proceskostenvergoeding, waarbij betrokkene stelde dat de toegepaste wegingsfactor onjuist was.
De kantonrechter oordeelde dat de inleidende beschikking was herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid, waardoor vergoeding van kosten in de administratief beroepsfase toekomt. De kantonrechter verhoogde de proceskostenvergoeding tot € 393,75, rekening houdend met de verrichte proceshandelingen en toepasselijke wegingsfactoren.
Daarnaast werd ook het verzoek om vergoeding van kosten in de fase van het beroep bij de kantonrechter toegewezen. De uitspraak werd gedaan in het openbaar door kantonrechter B. Voogd op 15 januari 2021.
Uitkomst: De kantonrechter kent betrokkene een hogere proceskostenvergoeding van € 393,75 toe en vernietigt de eerdere beslissing van de officier van justitie.