ECLI:NL:RBNHO:2021:8579

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
8 januari 2021
Publicatiedatum
5 oktober 2021
Zaaknummer
8700776 \ WM VERZ 20-798
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete parkeren in vergunninghoudersgebied gegrond verklaard wegens onduidelijkheid verkeerssituatie

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het parkeren in een gebied bestemd voor vergunninghouders in strijd met de voorwaarden van de vergunning. Betrokkene stelde beroep in tegen deze boete, waarbij hij ontkende de overtreding te hebben begaan. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond of niet-ontvankelijk, waarna betrokkene hoger beroep instelde bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 8 januari 2021 verschenen beide partijen. De kantonrechter en de officier van justitie waren het eens dat niet is komen vast te staan dat de gedraging daadwerkelijk is verricht. Er was onduidelijkheid over de verkeerssituatie ter plaatse, met name of het gebied nog een blauwe zone was of reeds was gewijzigd in een vergunninghoudersgebied, en of deze wijziging voldoende was aangegeven.

De kantonrechter oordeelde dat de officier van justitie voldoende gelegenheid had gehad om een aanvullend proces-verbaal te overleggen, maar dat dit niet nodig was omdat de gedraging niet was vastgesteld. Daarom werd de boete ten onrechte opgelegd en werd het beroep gegrond verklaard. De beschikking en de beslissing van de officier van justitie werden vernietigd en het betaalde bedrag aan zekerheidstelling werd terugbetaald aan betrokkene.

Uitkomst: Het beroep tegen de parkeerboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd wegens onvoldoende vaststelling van de overtreding.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 8700776 \ WM VERZ 20-798
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 8 januari 2021
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 8 januari 2021. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: voertuig parkeren op parkeerplaats voor vergunninghouders in strijd met de aan de vergunning verbonden voorwaarden.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Betrokkene ontkent dat de gedraging naar aanleiding waarvan de boete is opgelegd, is verricht.
De kantonrechter is met de officier van justitie van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Het is de kantonrechter onduidelijk of er op het moment van de gedraging ter plaatse nog steeds sprake was van een blauwe zone of dat deze blauwe zone inmiddels gewijzigd was in een gebied bestemd voor vergunninghouders. Ook is niet duidelijk of deze wijziging voldoende kenbaar is aangegeven. Daarbij is van belang dat betrokkene van meet af aan de gedraging heeft betwist en heeft gewezen op een gewijzigde verkeerssituatie die onduidelijk was, zodat het opvragen van een aanvullend proces-verbaal door de officier van justitie in de rede lag. De kantonrechter ziet thans geen reden om de officier van justitie nog in de gelegenheid te stellen om een nader proces-verbaal te overleggen, omdat de officier die gelegenheid al voldoende heeft gehad.
Nu de gedraging niet vaststaat, is de boete ten onrechte opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van officier van justitie zullen worden vernietigd.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Slijkhuis, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: