Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
Het klopt dat [de jongere] staat ingeschreven bij de [naam school] te [plaats] en dat zij in de tenlastegelegde periode niet naar school is geweest.
Rechtbank Noord-Holland
De kantonrechter heeft vastgesteld dat verdachte de verplichting uit artikel 2 van Pro de Leerplichtwet 1969 niet is nagekomen door ervoor te zorgen dat haar dochter de ingeschreven school geregeld bezocht in de periode van 17 augustus 2020 tot en met 17 februari 2021.
Hoewel de verdediging een beroep op overmacht deed vanwege de hoogbegaafdheid van de dochter en het thuisonderwijs, oordeelde de rechtbank dat dit beroep faalde. De kantonrechter stelde dat er geen sprake was van een noodtoestand en dat verdachte zelf naliet de vrijstelling adequaat te onderbouwen.
De officier van justitie vorderde een geldboete van €1.500, maar de kantonrechter legde geen straf op. Dit vanwege de omstandigheden waaronder het feit is begaan, de persoon van verdachte, het feit dat de dochter sinds 2019 thuisonderwijs ontvangt dat als deugdelijk is beoordeeld, en het ontbreken van eerdere veroordelingen.
De kantonrechter maakte gebruik van het 'rechterlijk pardon' zoals bedoeld in artikel 9a Sr, waardoor ondanks bewezen strafbaar feit geen straf of maatregel werd opgelegd.
De uitspraak benadrukt de complexiteit van leerplichtzaken waarbij bijzondere omstandigheden spelen, zoals hoogbegaafdheid en thuisonderwijs, en de ruimte die de rechter heeft om straf op te leggen of niet.
Uitkomst: Verdachte is schuldig aan het niet naleven van de leerplicht, maar krijgt geen straf opgelegd vanwege het rechterlijk pardon.