Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 september 2021 in de zaak tussen
(gemachtigde: N. van der Pol).
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker, eigenaar van een nieuwbouwwoning met een uitrit van 2,40 meter breed, heeft een omgevingsvergunning gekregen voor het verbreden van deze uitrit met 1,60 meter. Hiervoor moet een deel van een beukenhaag, die onder een instandhoudingsverplichting valt, worden verwijderd. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze vergunning en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat de instandhoudingsverplichting van de haag een civielrechtelijke verplichting is opgenomen in de akte van levering. De gemeente kan privaatrechtelijke nakoming vorderen en boetes opleggen, maar dit betreft geen publiekrechtelijke bevoegdheid. De voorzieningenrechter kan daarom geen voorlopige voorziening treffen die deze civielrechtelijke verplichting opschort.
Verzoeker stelt dat hij door het niet kunnen verbreden van de uitrit wordt beperkt in zijn woongenot en wijst op inconsistenties in de handhaving door de gemeente. De voorzieningenrechter acht dit onvoldoende om de voorlopige voorziening toe te wijzen. Het verzoek wordt afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor het verbreden van de uitrit wordt afgewezen.