Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 september 2021 in de zaak tussen
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] , te [woonplaats] , verzoekers
(gemachtigde: mr. A.S.M. Hoekstra).
Rechtbank Noord-Holland
Verzoekers zijn door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam gelast om een erfafscheiding met buitenhaard te verwijderen vanwege het ontbreken van een omgevingsvergunning en strijd met het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2015’. Verzoekers maakten bezwaar tegen dit besluit en vroegen om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter constateert dat er een spoedeisend belang is en dat de situatie zich niet leent voor een voorlopig oordeel over de kans van slagen van het bezwaar, mede omdat verzoekers recent nog een onderbouwing van hun beroep op overgangsrecht hebben gegeven en verweerder hierop onvoldoende kon reageren. Ook is een aanvraag ter legalisatie ingediend waarop nog niet is beslist.
Na belangenafweging weegt het belang van verzoekers bij schorsing van het besluit zwaarder dan het belang van verweerder bij snelle handhaving. Daarom wordt het primaire besluit geschorst tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van verzoekers.
Uitkomst: Het primaire besluit tot verwijdering van de erfafscheiding wordt geschorst tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar.