Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[eiser]
[eiseres]
Rechtbank Noord-Holland
Eisers, broer en schoonzus van gedaagde, vorderden in kort geding de ontruiming van de woning die zij in 2013 aan gedaagde en haar ex-echtgenoot hadden verkocht. De vordering was gebaseerd op een toekomstige bodemprocedure waarin ontbinding van de huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik en slecht huurderschap zou worden gevorderd.
De kantonrechter oordeelde dat eisers onvoldoende spoedeisend belang hadden aangetoond om de gevorderde voorlopige voorzieningen te treffen. Hoewel tekortkomingen van gedaagde werden gesteld, was onvoldoende onderbouwd dat deze een onmiddellijke waardevermindering van de woning veroorzaakten of dat dringend eigen gebruik noodzakelijk was.
Gedaagde betwistte het spoedeisend belang en stelde dat de woning inmiddels was gerenoveerd en dat de vermeende tekortkomingen niet tot ontbinding zouden leiden. De kantonrechter stelde vast dat een kort geding geen ruimte biedt voor bewijslevering en dat de vorderingen in een bodemprocedure beter kunnen worden beoordeeld.
Daarom wees de kantonrechter de vordering af en veroordeelde eisers tot betaling van de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en eisers worden veroordeeld tot proceskosten.