ECLI:NL:RBNHO:2021:7919
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging erkenning biologische vader na DNA-onderzoek
Het kind heeft verzocht om vernietiging van de erkenning die de man in 1985 heeft gedaan, omdat uit een DNA-onderzoek blijkt dat de man niet de biologische vader is. De erkenning vond plaats tijdens de minderjarigheid van het kind en het verzoek is tijdig ingediend binnen de wettelijke termijn na bekendwording van het feit dat de man vermoedelijk niet de biologische vader is.
De rechtbank heeft het DNA-onderzoek als rechtsgeldig aanvaard, mede vanwege de zorgvuldige afname van genetisch materiaal, identiteitcontrole en certificering van het laboratorium. De uitslag toont met een kans van 99,99996% aan dat de heer B de biologische vader is. De moeder heeft dit bevestigd en het kind wenst de juridische band met de biologische vader te formaliseren.
De rechtbank vernietigt de erkenning van de man en bepaalt dat het kind tot een eventuele nieuwe erkenning door de biologische vader de geslachtsnaam van de moeder draagt. Het verzoek tot uitvoerbaar bij voorraad verklaring wordt afgewezen. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de erkenning van het kind door de man omdat hij niet de biologische vader is.