Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de maatregel
7.Vordering benadeelde partij
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
[slachtoffer 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 541,14, bestaande uit € 41,14 voor vergoeding van materiële en € 500,- voor vergoeding van immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over € 41,14 vanaf 22 maart 2020 en over € 500,- vanaf 10 februari 2020 tot aan de dag der algehele voldoening.
10 (tien) dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de opgelegde betalingsverplichting niet op.