Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[gedaagde]2. [gedaagde]
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De vordering
4.Het verweer
5.De beoordeling
Geen overeenkomst tussen partijen tot het terugsnoeien van de bomen tot 10 meter hoogte
Rechtbank Noord-Holland
Partijen zijn achterburen met percelen die aan elkaar grenzen. De gedaagde heeft drie bomen geplant, twee berken en één perenboom, op ongeveer 50 centimeter van de erfgrens, wat binnen de wettelijke verboden zone valt. De eiser vordert primair verwijdering van de bomen en subsidiair snoei van de bomen tot een hoogte van 10 meter, gebaseerd op een vermeende afspraak.
De kantonrechter stelt vast dat de bomen inderdaad in de verboden zone staan en hoger zijn dan de erfafscheiding, wat een onrechtmatige situatie oplevert. Echter, de vordering tot verwijdering is verjaard omdat de bomen al sinds het najaar van 1999 op die plek staan en de verjaringstermijn van 20 jaar is verstreken. De eiser heeft onvoldoende bewijs geleverd dat de verjaring is gestuit.
Daarnaast is niet komen vast te staan dat partijen een afspraak hebben gemaakt over het snoeien van de bomen tot 10 meter hoogte. De verklaring van een hovenier ondersteunt slechts dat de bomen gesnoeid zouden worden, niet dat er een bindende afspraak was over de hoogte. Daarom wijst de kantonrechter ook de subsidiaire vordering af en veroordeelt de eiser in de proceskosten, die nihil worden vastgesteld omdat de gedaagde in persoon procedeert.
Uitkomst: De vorderingen tot verwijdering en snoei van de bomen worden afgewezen wegens verjaring en gebrek aan overeenkomst.