Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen twee besluiten van Gedeputeerde Staten Noord-Holland waarin verzoeken om handhaving werden afgewezen. Het eerste besluit betrof vermeende overtredingen van voorschriften van een ontheffing voor de rugstreeppad, het tweede betrof de voorgenomen kap van 153 bomen. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat de ontheffingen onherroepelijk zijn en dat na geconstateerde overtredingen herstelwerkzaamheden zijn uitgevoerd.
Daarnaast is onderzocht of er sprake is van verstoring van beschermde diersoorten zoals vleermuizen en kleine marterachtigen. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster onvoldoende concrete aanwijzingen had geleverd voor preventief handhaven. Het onderzoek naar kleine marterachtigen was volgens het geldende protocol uitgevoerd en er werden geen dieren aangetroffen.
Gelet op het voorgaande concludeerde de voorzieningenrechter dat verweerder terecht geen verdere handhaving heeft ingezet. Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom afgewezen. De uitspraak is mondeling gedaan op 24 augustus 2021 en er is geen hoger beroep mogelijk.