Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
en
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de afwijzing van zijn verzoek om 50 staande netten op zijn visvergunning permanent over te dragen aan een derde. Hij stelt een spoedeisend belang te hebben vanwege zijn leeftijd en de vrees dat de koper zal afzien van de overdracht.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het belang onvoldoende spoedeisend is. De enkele vrees van afhaakgedrag en de leeftijd van verzoeker zijn niet voldoende om het oordeel in het bodemproces niet af te wachten. Tevens is niet gesteld dat verzoeker door het besluit in een acute financiële noodsituatie zal komen.
Daarnaast heeft verzoeker niet het voorlopig karakter van zijn verzoek aangetoond, aangezien de overdracht een definitief karakter heeft. Ook is de niet-ontvankelijkheid van verzoekster vastgesteld omdat zij geen bezwaar heeft gemaakt tegen het primaire besluit.
Het verzoek wordt daarom afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter R.H.M. Bruin op 28 januari 2021.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor overdracht van 50 staande netten wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.