Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
N.V. Univé Zorg
Rechtbank Noord-Holland
Univé heeft een vordering ingesteld tegen [gedaagde] voor betaling van onbetaalde verzekeringspremie en zorgfacturen, waarbij [gedaagde] stelde dat de vordering verjaard is en dat Univé niet-ontvankelijk moet worden verklaard vanwege procedurele tekortkomingen.
De kantonrechter oordeelt dat Univé aan de formele eisen van de dagvaarding heeft voldaan en dat het ontbreken van specifieke zorgkosten niet tegen Univé kan worden gebruikt, mede omdat zij zonder toestemming van [gedaagde] de onderliggende declaraties niet kan overleggen. De kantonrechter wijst het verweer dat Univé in strijd met artikelen 21 en 85 Rv heeft gehandeld af.
Het belangrijkste verweer van [gedaagde] betrof de verjaring van de vordering. De kantonrechter stelt vast dat de verjaring is gestuit door aanmaningsbrieven van 30 december 2018 en 20 januari 2019, die ondubbelzinnig het recht op nakoming voorbehouden. [gedaagde] heeft onvoldoende feiten gesteld om te betwijfelen dat hij deze brieven heeft ontvangen.
De kantonrechter wijst de vordering van €500 toe, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 11 november 2020, en veroordeelt [gedaagde] tot betaling van proceskosten en nasalaris. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vordering van Univé tot betaling van €500 toe en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.