Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[gedaagde 1]
[gedaagde 2]
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De vordering
4.Het verweer en de tegenvordering
5.De beoordeling
6.De beslissing
griffierecht € 83,00
salaris gemachtigde € 240,00 ;
Rechtbank Noord-Holland
Op 21 september 2018 overleed [XX]. De erfgenamen zijn haar ouders en haar zus [eiseres], ieder voor een derde deel. De ouders hebben de nalatenschap afgehandeld zonder overleg met [eiseres] en zonder haar een volledige afrekening te geven. [eiseres] vordert betaling van haar aandeel in de nalatenschap, aanvankelijk €1.833,33, later gewijzigd naar €810,40.
De ouders betwisten de vordering en stellen dat zij al ruim meer dan haar aandeel hebben betaald, onder meer door een schenking aan een ziekenhuis in Afrika. Zij vorderen zelfs een tegenvordering wegens teveel betaalde bedragen.
De kantonrechter stelt vast dat de afbetaling van een schuld van de overledene aan de ouders rechtmatig was en dat het saldo van de nalatenschap inclusief belastingteruggave €3.327,07 bedraagt. Het aandeel van [eiseres] is daarmee €1.109,02, waarvan reeds €1.070,26 is betaald. De resterende vordering wordt daarom toegewezen tot €38,76 met wettelijke rente. De tegenvordering van de ouders wordt afgewezen.
Uitkomst: De ouders worden veroordeeld tot betaling van €38,76 aan de dochter als restant erfdeel, vermeerderd met wettelijke rente.