Een werkneemster trad op 24 september 2019 in dienst bij een uitzendbureau als payrollwerknemer, met meerdere tijdelijke arbeidsovereenkomsten die stilzwijgend werden verlengd. Zij werkte exclusief voor een schoonmaakbedrijf en meldde zich ziek en zwanger op 8 februari 2021. De werkgever beëindigde de arbeidsovereenkomst per 8 april 2021, maar de werkneemster betwistte de opzegging.
De kantonrechter oordeelde dat er sprake was van een payrollovereenkomst omdat de werkgever niet voldeed aan de allocatiefunctie en exclusiviteit bestond. Hierdoor was de ketenregeling van artikel 7:668a BW van toepassing, waardoor na drie opeenvolgende contracten een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstond. De opzegging was daarom niet rechtsgeldig en bovendien in strijd met de opzegverboden wegens ziekte en zwangerschap.
De opzegging werd vernietigd en de werkgever werd veroordeeld tot doorbetaling van loon, vakantiegeld, wettelijke verhoging, rente en buitengerechtelijke kosten vanaf 1 maart 2021 tot het moment van een rechtsgeldige beëindiging. Tevens moest de werkgever binnen tien dagen een specificatie verstrekken onder dwangsom. De proceskosten werden eveneens aan de werkgever opgelegd.