Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2. Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
,als reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland. De reclassering adviseert een deels voorwaardelijke straf op te leggen, met daaraan verbonden als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en een behandeling bij De Waag.
7.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
€ 35.532,16ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van de onder 1 ten laste gelegde feiten zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.
€ 12.382,16.
€ 19.520,16.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
67 maanden.
[aangeefster 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 12.382,16,bestaande uit € 4.882,16 als vergoeding voor de materiële en € 7.500,-- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 4.882,16 vanaf 1 januari 2017 en de wettelijke rente over een bedrag van € 7.500,-- vanaf 12 april 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [aangeefster 1] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[aangeefster 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 19.520,16, bestaande uit € 12.020,16 als vergoeding voor de materiële en € 7.500,-- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over:
[aangeefster 3]geleden schade tot een bedrag van
€ 7.500,--, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 januari 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [aangeefster 3] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.