Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
ABN AMRO Bank N.V.
Rechtbank Noord-Holland
ABN AMRO Bank vordert betaling van een deel van een kredietbedrag van € 15.342,35, te weten € 500,00, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dagvaarding. De gedaagde erkent de schuld, maar voert betalingsonmacht aan en betwist de overeengekomen kredietvergoeding. De bank heeft de rentevordering ingetrokken en vordert alleen de wettelijke rente.
De kredietovereenkomst is gesloten in 2007 en betreft een doorlopend krediet. De vordering is opeisbaar geworden door het faillissement van de gedaagde in 2013, hetgeen de bank op grond van de productvoorwaarden mocht doen zonder verdere formaliteiten.
De kantonrechter oordeelt dat betalingsonmacht geen reden is om de vordering af te wijzen en dat een betalingsregeling een zaak is tussen partijen. Het verweer tegen de rente leidt tot intrekking van de rentevordering door de bank. De vordering wordt daarom toegewezen, met veroordeling van de gedaagde in de proceskosten.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt de gedaagde tot betaling van € 500,00 plus wettelijke rente en proceskosten.