ECLI:NL:RBNHO:2021:6007
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs brandstichting woning te Purmerend
Op 29 oktober 2020 ontstond brand in een woning aan een straat in Purmerend. Verdachte werd ervan verdacht opzettelijk brand te hebben gesticht door vuur in aanraking te brengen met brandbare goederen in de woning, waardoor gevaar voor personen en goederen ontstond. De officier van justitie eiste twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan zeven voorwaardelijk.
Tijdens de zitting op 2 juli 2021 ontkende verdachte de brand te hebben veroorzaakt en verklaarde zij vroeg die ochtend naar haar dochter te zijn gegaan om een hond op te halen. Deze verklaring werd bevestigd door haar dochter en ondersteund door locatiegegevens van de telefoon en het OV-chipkaartgebruik van verdachte.
Hoewel het forensisch onderzoek aangaf dat het brandbeeld alleen verklaard kon worden door het aanbrengen van vuur in de hal, ontbrak bewijs over de wijze waarop het vuur ontstond en of verdachte hierbij betrokken was. Er werd geen gebruik van brandversnellende middelen vastgesteld en aanwijzingen dat verdachte rookte of sigaretten bij zich had ontbraken.
De rechtbank oordeelde dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevatte om verdachte te veroordelen en sprak haar vrij van zowel het primair als subsidiair ten laste gelegde.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van brandstichting.