Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2021:5177

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
1 juli 2021
Publicatiedatum
25 juni 2021
Zaaknummer
8914260
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 156 lid 3 RvArt. 157 lid 2 RvArt. 159 lid 2 RvArt. 206 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek deskundigenbericht handtekeningenonderzoek in koopovereenkomst auto

USA-Cars heeft een verzoek ingediend voor een voorlopig deskundigenbericht om te onderzoeken of de handtekening op een koopovereenkomst van een Ford Raptor van 21 december 2019 daadwerkelijk door de wederpartij is gezet. Deze handtekening wordt door de wederpartij ontkend. USA-Cars stelt dat de wederpartij de overeenkomst heeft getekend en later geannuleerd, waardoor annuleringskosten verschuldigd zijn.

De wederpartij voert verweer dat het verzoek niet ter zake dienend en onvoldoende concreet is en dat er geen koopovereenkomst tot stand is gekomen omdat de financiering niet is goedgekeurd. De kantonrechter overweegt dat het verzoek toewijsbaar is omdat het dient om duidelijkheid te verschaffen over een voor het geschil relevant feit, namelijk de echtheid van de handtekening. De inhoudelijke vraag over de totstandkoming van de overeenkomst wordt in een eventuele dagvaardingsprocedure behandeld.

De kantonrechter benoemt het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau als deskundige en legt de procedurele voorwaarden vast, waaronder de betaling van een voorschot door USA-Cars, de verplichting van partijen tot medewerking, en de termijn waarbinnen het rapport moet worden uitgebracht. Het deskundigenonderzoek zal zich richten op de vraag of de handtekening van de wederpartij is en eventuele aanvullende punten die de deskundige relevant acht.

Uitkomst: Verzoek tot voorlopig deskundigenbericht handtekeningenonderzoek wordt toegewezen en Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau benoemd als deskundige.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./repnr.: 8914260 \ EJ VERZ 20-61
Uitspraakdatum: 1 juli 2021
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Import USA-Cars Amsterdam B.V.
gevestigd te Amsterdam
verzoeker
verder te noemen: USA-Cars
gemachtigde: mr. M.J. Jongste
tegen
[gedaagde]
wonende te [woonplaats]
verweerder
verder te noemen: [gedaagde]
gemachtigde: mr. B.J. Agteresch

1.Het procesverloop

1.1.
USA-Cars heeft een verzoekschrift ingediend, ter griffie ingekomen op 7 december 2020. [gedaagde] heeft een verweerschrift ingediend. Per brieven d.d. 24 februari 2021 en 25 februari 2021 hebben USA-Cars en [gedaagde] zich uitgelaten over de bevoegdheid van de rechter.
1.2.
Op 3 juni 2021 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft USA-Cars bij brief d.d. 27 mei 2021 nog een stuk toegezonden.

2.De feiten

2.1.
USA-Cars is een autobedrijf dat handelt in personen- en bedrijfsauto’s, in het bijzonder in Amerikaanse auto’s.
2.2.
Op 21 december 2019 is [gedaagde] in de showroom van USA-Cars geweest en heeft een proefrit gemaakt met een Ford Raptor F150 Crew Cab 3.5 Ecoboost V6 10-traps automaat (hierna: de Ford). Dezelfde dag is een koopovereenkomst opgemaakt tussen partijen. De koopprijs van de Ford is € 105.929,45 inclusief btw. Op de koopovereenkomst staat vermeld:
Koopovereenkomst, mits goedkeuring financiering. De overeenkomst is voorzien van twee handtekeningen.
2.3.
Op 21 december 2019 heeft Alphera Financial Services een offerte gestuurd naar [gedaagde] met daarin de leasevoorwaarden voor de Ford.
2.4.
Op 30 december 2019 heeft Alphera Financial Services een lease overeenkomst opgemaakt voor de Ford waarop de gegevens van henzelf, USA-Cars en [gedaagde] staan.
2.5.
Op 30 december 2019 ontvangt [gedaagde] een factuur voor de Ford van een totaalbedrag van € 105.929,45.
2.6.
Per e-mail d.d. 6 januari 2020 stuurt [gedaagde] aan USA-Cars – voor zover hier relevant – het volgende:
(…)Ik wil jullie bij deze informeren dat ik de koop van de Ford Raptor annuleer.(…)Dit staat netjes in de offerte van Alphera en daar houd ik me aan:- Deze offerte is onder voorbehoud van acceptatie en verplicht u nergens toe.Ik heb niks goed gekeurd en getekend dus ik ben nergens toe verplicht. (…)
2.7.
Hierna is tussen partijen nog over de situatie gecorrespondeerd.

3.Het verzoek

3.1.
Het verzoek strekt ertoe dat de kantonrechter een voorlopig deskundigenbericht gelast, met benoeming van het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau als deskundige of met benoeming van een door de kantonrechter aan te wijzen persoon.
3.2.
USA-Cars stelt dat zij voornemens is een rechtsvordering in te stellen tegen [gedaagde] ten aanzien van de tussen [gedaagde] en USA-Cars gesloten koopovereenkomst. USA-Cars meent dat [gedaagde] de koopovereenkomst heeft getekend en later de koopovereenkomst heeft geannuleerd. Volgens USA-Cars is [gedaagde] daarom gehouden een bedrag van € 15.889,42 aan annuleringskosten te voldoen. De deskundige zal – kort gezegd – moeten onderzoeken of de handtekening op de koopovereenkomst van [gedaagde] is.

4.Het verweer

4.1.
[gedaagde] verzet zich tegen inwilliging van het verzoek. [gedaagde] voert ten eerste aan dat het verzoek niet ter zake dienend en voldoende concreet is. Zelfs al zou [gedaagde] zijn handtekening gezet hebben, dan nog is er geen koopovereenkomst gesloten. De totstandkomingsvoorwaarde is immers niet vervuld; [gedaagde] heeft geen financiering goedgekeurd. Ten tweede is het onderzoek praktisch niet uitvoerbaar. [gedaagde] zet nauwelijks zijn handtekening zodat er onvoldoende referentiemateriaal is.

5.De beoordeling

5.1.
De rechter dient een verzoek tot voorlopig deskundigenbericht toe te wijzen wanneer het ter zake dienend en voldoende concreet is en feiten betreft die met het deskundigenonderzoek kunnen worden bewezen. De rechter heeft bij de beoordeling van het verzoek geen discretionaire bevoegdheid. Een verzoek is naar vaste rechtspraak toewijsbaar wanneer het ertoe dient een partij de mogelijkheid te verschaffen aan de hand van het uit te brengen deskundigenbericht zekerheid te verkrijgen omtrent voor de beslissing van het geschil relevante feiten en omstandigheden en aldus beter te kunnen beoordelen of het raadzaam is een procedure te beginnen en, als daartoe wordt overgegaan, beter te kunnen aangeven op grond waarvan een vordering wordt ingesteld of een verweer wordt gevoerd. Daarbij is van belang dat de aan de deskundige voor te leggen vragen binnen de grenzen van diens kennis en ervaring op diens vakgebied behoren te liggen.
5.2.
[gedaagde] heeft aangevoerd dat het verzoek niet ter zake dienend en niet voldoende concreet is. De kantonrechter overweegt als volgt. USA-Cars heeft aangevoerd dat [gedaagde] de annuleringskosten verschuldigd is omdat hij de overeenkomst heeft getekend en daarna heeft geannuleerd. De overeenkomst is een onderhandse akte in de zin van artikel 156 lid 3 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Op grond van artikel 157 lid 2 Rv Pro levert een dergelijke akte ten aanzien van de verklaring van een partij omtrent hetgeen de akte bestemd is ten behoeve van de wederpartij te bewijzen, tussen partijen in beginsel dwingend bewijs op van de waarheid van die verklaring. Een onderhandse akte waarvan de ondertekening door de partij, tegen welke zij dwingend bewijs zou leveren, stellig wordt ontkend, levert echter op grond van artikel 159 lid 2 Rv Pro geen bewijs op, zolang niet bewezen is van wie de ondertekening afkomstig is. [gedaagde] heeft stellig ontkend dat hij zijn handtekening onder de overeenkomst heeft gezet. De bewijslast ter zake van de echtheid van de handtekening van [gedaagde] op de overeenkomst rust op grond van artikel 159 lid 2 Rv Pro op USA-Cars, nu zij degene is die zich op die overeenkomst beroept. Gelet hierop is het verzoek ter zake dienend. Het verzoek is voldoende concreet nu slechts moet worden onderzocht of de handtekening van [gedaagde] is.
5.3.
[gedaagde] heeft nog aangevoerd dat het niet uitmaakt of de handtekening op de overeenkomst van hem is, omdat er sowieso tussen partijen geen overeenkomst is gesloten nu de totstandkomingsvoorwaarde hiervoor niet in vervulling is gegaan. Dit verweer wordt verworpen omdat deze vraag behandeld dient te worden in een eventueel door USA-Cars in te stellen dagvaardingsprocedure. Voor een inhoudelijke behandeling hiervan is in dit voorlopig verzoek geen ruimte.
5.4.
Naar het oordeel van de kantonrechter zijn er geen zwaarwichtige redenen om het verzoek af te wijzen. De omstandigheid dat [gedaagde] weinig zijn handtekening zet, is daartoe onvoldoende. Daar zal het deskundigenonderzoek eventueel op moeten worden aangepast.
5.5.
De kantonrechter ziet daarom aanleiding om een handschriftdeskundige te benoemen, te weten het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau. Aan deze deskundige zullen de in de beslissing vermelde vragen worden voorgelegd.
5.6.
De kantonrechter zal, overeenkomstig het uitgangspunt van de wet, bepalen dat het voorschot op de kosten van de deskundige door USA-Cars moet worden betaald.
5.7.
De kantonrechter wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De kantonrechter zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de kantonrechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
5.8.
Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.
5.9.
Nu (de gemachtigde van) [gedaagde] een afschrift van deze beschikking ontvangt, is USA-Cars niet gehouden hem op grond van artikel 206 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een afschrift van deze beschikking te zenden.

6.De beslissing

De kantonrechter:
6.1.
beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:
1. Is de handtekening op de koopovereenkomst van 21 december 2019 onder de naam
‘Koper [naam] ’ gezet door [gedaagde] ?
2. Zijn er nog andere punten die de deskundige naar voren wil brengen waarvan de
rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?
6.2.
benoemt tot deskundige:
Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau B.V.postadres: Erve Campjan 14, 7463 CT Rijssen
telefoon: +[telefoonnummer]
e-mailadres: [e-mailadres]
het voorschot
6.3.
bepaalt met het oog op de vaststelling van het voorschot op de kosten van de deskundige het volgende:
- de deskundige dient
binnen drie wekenna de datum van deze beslissing een begroting van de kosten op te geven aan de griffie van de rechtbank, gespecificeerd naar het verwachte aantal te besteden uren, het uurtarief en de eventuele overige kosten;
- de griffie zal de opgave van de deskundige vervolgens toezenden aan partijen;
- partijen kunnen desgewenst binnen twee weken na dagtekening van de brief van de griffie schriftelijk bij de rechtbank bezwaar maken tegen de begroting;
- indien niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, wordt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige reeds nu voor alsdan vastgesteld op het door de deskundige begrote bedrag;
- indien wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal het voorschot worden vastgesteld bij afzonderlijke rechterlijke beslissing;
6.4.
bepaalt dat USA-Cars het voorschot binnen twee weken na ontvangst van een nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak dient over te maken op het daarop vermelde rekeningnummer, onder vermelding van ‘voorschot deskundigenrapport USA-Cars – [gedaagde] ’ en ‘zaaknummer: 8914260 \ EJ VERZ 20-61’;
6.5.
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot;
het onderzoek
6.6.
bepaalt dat USA-Cars haar procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen;
6.7.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats;
6.8.
wijst de deskundige er op dat:
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie);
  • de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen;
  • de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn;
6.9.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot het voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige de gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek;
het schriftelijk rapport
6.10.
draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie;
6.11.
wijst de deskundige er op dat:
- uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd;
- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden;
6.12.
bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren.
Deze beschikking is gegeven door mr. D.P. Ruitinga en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier M.L. van der Meij.