Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- de dagvaarding van 29 juni 2020 met producties 1 tot en met 10 van de zijde van [eiser/verweerder];
- de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie met producties 1 tot en met 12 van de zijde van [gedaagde/eiseres];
- het tussenvonnis van 6 januari 2021, waarbij een mondelinge behandeling is gelast;
- de conclusie van antwoord in reconventie met productie A van de zijde van [eiser/verweerder];
- de door [gedaagde/eiseres] bij fax van 9 april 2021 in het geding gebrachte stukken;
- de mondelinge behandeling van 14 april 2021, waarvan door de griffier aantekeningen zijn bijgehouden.
2.De feiten
de kaasboerderij met restaurant, parkeerterrein, ondergrond, erf en verdere aanhorigheden, staande en gelegen te [adres], kadastraal bekend gemeente [nummer], respectievelijk groot achtentachtig (88) are dertig centiare en achttien (18) are dertig centiare (…)”
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling
de kaasboerderij met restaurant, parkeerterrein, ondergrond,erf en verdere aanhorigheden, (…) kadastraal bekend gemeente [nummer], respectievelijk groot achtentachtig (88) are dertig centiare en achttien (18) are dertig centiare (…)”. Uit de (door de rechtbank) onderstreepte zinsnede volgt niet dat de overgedragen grond is beperkt tot de ondergrond van de kaasboerderij, het restaurant en (een niet nader gespecifieerd) gedeelte van de parkeerplaats, zoals [eiser/verweerder] betoogt, maar juist ruimer is omschreven en ook betrekking heeft op het omliggende erf en verdere aanhorigheden.