ECLI:NL:RBNHO:2021:4397
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid bezwaar en vergoeding proceskosten bij individuele inkomenstoeslag
Eiseres had een aanvraag om een individuele inkomenstoeslag op grond van de Participatiewet gedaan, die aanvankelijk werd afgewezen door verweerder. Na bezwaar en herzieningen kende verweerder uiteindelijk de toeslag toe in een besluit van 28 februari 2020, dat op grond van het bezwaar werd genomen en dus als een besluit op bezwaar geldt.
Eiseres stelde verweerder in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar. Verweerder verklaarde het bezwaar op 6 april 2020 kennelijk niet-ontvankelijk en stelde geen dwangsom verschuldigd te zijn. Eiseres betwistte dit en stelde dat het bezwaar niet-ontvankelijk ten onrechte werd verklaard en dat een dwangsom verschuldigd was.
De rechtbank oordeelt dat het besluit van 28 februari 2020 een besluit op bezwaar is dat het eerdere besluit herroept en daarmee het bezwaar afdoet. Hierdoor is het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren niet juist. Omdat verweerder op het moment van ingebrekestelling al aan het bezwaar had voldaan, is geen dwangsom verschuldigd. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit tot niet-ontvankelijkheid en draagt verweerder op het griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot niet-ontvankelijkheid wordt vernietigd en verweerder moet het griffierecht vergoeden; een dwangsom is niet verschuldigd.