ECLI:NL:RBNHO:2021:4305
Rechtbank Noord-Holland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond wegens ontbreken leningsovereenkomst tussen samenwonenden
Partijen hadden een affectieve relatie en woonden van 2015 tot eind 2019 samen zonder samenlevingsovereenkomst. De gedaagde vorderde betaling van ruim €3.900 wegens een vermeende geldleningsovereenkomst voor diverse kosten, waaronder huur en energierekeningen. De eiser werd bij verstek veroordeeld, maar kwam in verzet.
Tijdens de zitting betwistte eiser de leningsovereenkomst en stelde dat zij slechts incidenteel had geholpen met betalingen, zonder dat sprake was van een overeenkomst. De kantonrechter oordeelde dat de door gedaagde overgelegde stukken onvoldoende waren om het bestaan van een geldleningsovereenkomst aan te tonen.
Het verzet werd gegrond verklaard en het verstekvonnis vernietigd. De oorspronkelijke vordering werd afgewezen. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten, met uitzondering van de kosten van de verzetdagvaarding die door eiser gedragen worden.
Uitkomst: Het verzet is gegrond verklaard en de oorspronkelijke vordering wegens leningsovereenkomst wordt afgewezen.