Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,
1.De procedure
- de dagvaarding van 14 mei 2020 met producties 1 tot en met 20 van de zijde van [eiseres] .
- de conclusie van antwoord van 12 augustus 2020 met producties 1 tot en met 26 van de zijde van Rabobank.
- het tussenvonnis van 25 november 2020, waarbij een mondelinge behandeling is gelast.
- de op 15 maart 2021 door [eiseres] ingediende akte vermeerdering van eis.
- de door [eiseres] op 1 april 2021 ingebrachte producties 21 en 22.
- de door Rabobank op 6 april 2021 ingebrachte productie 27.
- de mondelinge behandeling van 9 april 2021, waarvan door de griffier aantekeningen zijn bijgehouden.
2.Feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
2.228,00(2 punt × tarief € 1.114,00)