Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2021 in de zaak tussen
[X] , wonende te [Z] , eiseres
de ontvanger van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
mr. [A] , [B] en [C] .
Overwegingen
Geschil1. Ter beoordeling staat in de eerste plaats of het bezwaar van eiseres van
1. In afwijking van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen een ingevolge de belastingwet genomen besluit slechts beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld, indien het betreft:
a. een belastingaanslag, daaronder begrepen de in artikel 15 voorgeschreven verrekening, of
b. een voor bezwaar vatbare beschikking.
2. De voldoening of afdracht op aangifte, dan wel de inhouding door een inhoudingsplichtige, van een bedrag als belasting wordt voor de mogelijkheid van beroep gelijkgesteld met een voor bezwaar vatbare beschikking van de inspecteur. De wettelijke voorschriften inzake bezwaar en beroep tegen zodanige beschikking zijn van overeenkomstige toepassing, voorzover de aard van de voldoening, de afdracht of de inhouding zich daartegen niet verzet.