ECLI:NL:RBNHO:2021:3715
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woning op grond van artikel 13b Opiumwet
Verzoekers zijn huurders van een woning waar een drugslab en ruim 11,5 kilo MDMA werden aangetroffen na een uitslaande brand in een schuur op het perceel. De burgemeester van Oostzaan heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet besloten tot onmiddellijke sluiting van de woning voor zes maanden. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening om de sluiting te schorsen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekers een spoedeisend belang hebben, maar oordeelt dat de burgemeester bevoegd was en zijn beleid correct heeft toegepast door de sluitingstermijn te verlengen naar zes maanden vanwege de ernst van de situatie en verzwarende omstandigheden zoals de brand en de aanwezigheid van een minderjarig kind.
Verzoekers voerden aan niet op de hoogte te zijn geweest van het drugslab en benadrukten de ernstige gevolgen van de sluiting voor hen en hun zoon, waaronder het ontbreken van vervangende huisvesting. De voorzieningenrechter overweegt dat verhuurders toezicht moeten houden op het gebruik van hun pand en dat het onaannemelijk is dat verzoekers niets wisten van de drugs. Ook is het feit dat verzoekster tijdelijk in een vakantiewoning verbleef op het moment van het besluit een relevante factor.
Het verzoek om maatschappelijke opvang wordt afgewezen omdat geen aanvraag is ingediend. De voorlopige voorziening wordt niet toegewezen, zodat het besluit tot sluiting van de woning voorlopig in stand blijft.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen.