ECLI:NL:RBNHO:2021:3702
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom bewoning schuur op agrarische grond
Verzoeker, gebruiker van een perceel met een monumentale stolpboerderij, kreeg van het college van burgemeester en wethouders een last onder dwangsom opgelegd om woonruimten in een schuur te verwijderen, bewoning te beëindigen en huisraad te verwijderen. Verzoeker betwistte de overtredingen en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er voldoende aanwijzingen zijn dat de schuur als woonruimte wordt gebruikt, wat strijdig is met het bestemmingsplan. Echter, de feitelijke aanwezigheid van de woonruimten en de aantasting van monumentale waarden zijn onvoldoende vastgesteld, waardoor de last tot verwijdering van de woonruimten niet kan worden gehandhaafd. Ook de last tot verwijdering van alle huisraad is te verstrekkend, omdat een deel daarvan past bij een toegestaan gebruik als kantine.
De last om de bewoning te beëindigen blijft wel gehandhaafd, omdat verzoeker zelf heeft aangegeven dat er niet wordt gewoond. De voorzieningenrechter schorst het primaire besluit voor zover het de verwijdering van woonruimten en huisraad betreft tot zes weken na de beslissing op bezwaar en veroordeelt verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De last onder dwangsom tot verwijdering van woonruimten en huisraad wordt geschorst, de last tot beëindiging van bewoning blijft gehandhaafd.