ECLI:NL:RBNHO:2021:3542
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging klachtencommissiebeslissing over verplichte zorg bij GGZ-opname
De rechtbank Noord-Holland behandelde een klachtzaak over verplichte zorg bij een GGZ-opname. Betrokkene had klachten ingediend tegen de beslissingen tot toediening van medicatie en beperking van bewegingsvrijheid, welke door de klachtencommissie gegrond waren verklaard. De GGZ ging hiertegen in beroep.
De rechtbank oordeelde dat de toediening van medicatie en beperking van bewegingsvrijheid binnen de zorgmachtiging en wettelijke voorschriften vielen. Er was sprake van een ernstige psychische stoornis met ernstig nadeel, en vrijwillige zorg was uitgeput. De noodzaak en proportionaliteit van de maatregelen waren voldoende gemotiveerd. De klachtencommissie had ten onrechte een te ruime interpretatie gegeven aan het begrip alternatieven voor dwangmedicatie.
De rechtbank vernietigde daarom het gegrondverklaringsbesluit van de klachtencommissie en verklaarde de klachten alsnog ongegrond. Tevens werd benadrukt dat de administratieve lastendruk voor instellingen hoog is en dat de GGZ voldoende informatie had gegeven over de mogelijkheden tot bijstand. De beslissing van de zorgverantwoordelijke herleefde hiermee.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de klachten tegen verplichte medicatie en bewegingsbeperking ongegrond en vernietigt het gegrondverklaringsbesluit van de klachtencommissie.