De rechtbank Noord-Holland heeft op 7 januari 2021 uitspraak gedaan in een zaak tegen een verdachte zonder vaste woon- of verblijfplaats, die zich binnen drie dagen schuldig maakte aan twee winkeldiefstallen in Zaandam en Koog aan de Zaan. Bij beide feiten heeft verdachte flessen cognac weggenomen en daarbij met een mes gedreigd richting het winkelpersoneel om de diefstal te vergemakkelijken en bij mogelijke betrapping de vlucht te verzekeren.
De verdediging voerde aan dat verdachte niet op de plaatsen delict was aangehouden, geen DNA-sporen waren aangetroffen en verdachte zich niet herkende op beelden. De rechtbank verwierp deze verweren op basis van het aanwezige bewijs en verklaarde de feiten wettig en overtuigend bewezen.
De rechtbank kwalificeerde de feiten als diefstal met bedreiging met geweld en oordeelde dat verdachte strafbaar is. Gelet op de ernst van de feiten, de recidive, het ontbreken van medewerking en de zorgwekkende persoonlijke omstandigheden van verdachte, legde de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden op, hoger dan de gevorderde tien maanden.
Daarnaast werd het mes dat bij verdachte in beslag was genomen onttrokken aan het verkeer omdat het als gevaarlijk voorwerp kan dienen bij soortgelijke delicten. De tijd die verdachte in voorarrest had doorgebracht, wordt in mindering gebracht op de straf.