Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[gedaagde sub 1] B.V .
[gedaagde sub 2]
Rechtbank Noord-Holland
De Merkplaats B.V. vordert betaling van €9.338,27 plus rente en kosten van [gedaagde sub 1] B.V. en haar bestuurder [gedaagde sub 2] wegens niet-betaalde werkzaamheden voor het vastleggen van een merk en logo voor het evenement Brexit aan Zee.
[gedaagde sub 1] B.V. erkent de opdrachtverstrekking en gedeeltelijke betaling, maar betwist de vordering deels met het argument dat zij slechts als tijdelijke opdrachtgever optrad namens een nog op te richten vennootschap. De bestuurder [gedaagde sub 2] ontkent persoonlijke aansprakelijkheid en stelt dat er voldoende financiële dekking was via derden.
De rechtbank oordeelt dat [gedaagde sub 1] B.V. als opdrachtgever aansprakelijk is voor de factuur, ongeacht de tijdelijke constructie, en dat de bestuurder niet persoonlijk aansprakelijk is omdat geen ernstig verwijt is vastgesteld. De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen, maar proceskosten voor conservatoir beslag deels afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De vordering wordt tegen [gedaagde sub 1] B.V. toegewezen tot een bedrag van €9.230,39 met rente en kosten, terwijl de vordering tegen de bestuurder wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt [gedaagde sub 1] B.V. tot betaling van €9.230,39 aan De Merkplaats en wijst de vordering tegen de bestuurder af.