ECLI:NL:RBNHO:2021:2399
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
CBR verklaart eiser ongeschikt voor rijbewijzen categorieën C en CE wegens homonieme hemianopsie
Eiser heeft een gezondheidsverklaring ingediend bij het CBR voor rijbewijzen van de categorieën C en CE. Na onderzoek concludeerde een arts dat eiser een homonieme hemianopsie heeft als restverschijnsel van een herseninfarct uit 1985, wat leidt tot een onvoldoende gezichtsveld voor deze rijbewijzen. Het CBR verklaarde eiser daarom ongeschikt voor de categorieën C en CE, maar wel rijgeschikt voor categorieën B, BE en T met beperkingen.
Eiser voerde aan dat hij geen oogaandoening heeft, dat de aandoening uit de hersenen komt en dat hij al jaren zonder problemen rijgeschikt werd verklaard. Hij stelde dat het CBR zonder nader onderzoek een onjuiste beslissing nam en dat zijn gewijzigde functie en rijgedrag een lichtere keuring rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat het feit dat het CBR eerder een onjuiste beslissing nam, niet betekent dat deze fout herhaald moet worden. De medische situatie is onveranderd en de wettelijke eisen schrijven een minimum gezichtsveld voor dat eiser niet haalt. Ook het belang van eiser om als vrijwilliger hulptransporten te rijden kan niet leiden tot een afwijking van de dwingendrechtelijke voorschriften.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit van het CBR om hem ongeschikt te verklaren voor rijbewijzen categorieën C en CE wordt ongegrond verklaard.