ECLI:NL:RBNHO:2021:2393

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
3 maart 2021
Publicatiedatum
24 maart 2021
Zaaknummer
8759349
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling eenmalige vergoeding per opgezegde verzekering niet onredelijk

Eiser heeft een overeenkomst tot financiële dienstverlening met gedaagde gesloten, waarbij een eenmalige vergoeding van €75 per verzekering is afgesproken voor werkzaamheden zoals het onderbrengen van particuliere schadeverzekeringen bij een verzekeraar. Na beëindiging van de overeenkomst factureerde eiser deze vergoeding over twaalf opgezegde verzekeringen, maar gedaagde weigerde te betalen omdat hij meent dat eiser al provisie heeft ontvangen en dubbele betaling onrechtmatig is.

De kantonrechter stelt vast dat partijen vrij zijn om dergelijke overeenkomsten te sluiten, mits deze niet in strijd zijn met wet of goede zeden. Gedaagde had voorafgaand aan ondertekening kennis van de vergoeding en had bezwaar kunnen maken. Het achteraf betwisten van de vergoeding als kennelijk onredelijk wordt niet geaccepteerd. De kantonrechter oordeelt dat de vergoeding niet onrechtmatig is en dat eiser recht heeft op betaling van de facturen, vermeerderd met wettelijke rente.

Daarnaast is vastgesteld dat aan de vereisten voor vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten is voldaan, zodat ook deze kosten aan eiser worden toegewezen. De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.055,35 plus rente en incassokosten aan eiser.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 8759347 \ CV EXPL 20-4672
Uitspraakdatum: 3 maart 2021
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser], handelende onder de naam
[bedrijfsnaam]
wonende te [woonplaats]
eiser
verder te noemen: [eiser]
gemachtigde: Gerechtsdeurwaarderskantoor H.J. Jansen B.V.
tegen
[gedaagde]
wonende te [woonplaats]
gedaagde
verder te noemen: [gedaagde]
gemachtigde: mr. K.L. Meijer (Ahrends B.V. te Beverwijk)

1.Het procesverloop

1.1.
[eiser] heeft bij dagvaarding van 3 september 2020 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.
1.2.
[eiser] heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [gedaagde] een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] heeft op 14 december 2012 met [eiser] als assurantietussenpersoon een overeenkomst tot financiële dienstverlening gesloten waarbij [gedaagde] opdracht geeft aan [eiser] om particuliere schadeverzekeringen onder te brengen bij verzekeraar Reaal.
2.2.
In de overeenkomst is onder meer het volgende opgenomen, voor zover van belang:
(…) De éénmalig (extra) verschuldigde beloning aan FD daarvoor bedraagt € 75,00 per huidige en in de toekomst tot stand te brengen verzekeringen. (…)
(…) FD dient tijd te investeren en kosten te maken om het/de door opdrachtgever gewenste product(en) bij financiële instelling(en) en /of verzekeraars tot stand te brengen en in zijn eigen administratie (doorlopend) te archiveren en actueel te houden. Te denken valt daarbij o.a. aan het evt. opzeggen van bestaande verzekeringen(en) elders, (aangetekende) postzendingen, adviesgesprekken, offreren, aanvragen, archiveren, reistijd(en) etc.(…)
(…) Afgezien van de contractduur die via FD tussen opdrachtgever en de verzekeraar is/wordt afgesproken en de vergoeding die FD van verzekeraar(s) ontvangt is opdrachtgever aan FD vooraf of achteraf, bijvoorbeeld ten tijde van verkoop van verzekerde belangen of bij opzegging en/of intermediairswijziging van via FD beheerde/afgesloten en aangevraagde verzekering(en) een vergoeding verschuldigd van € 75,00. Niet als boete maar als (extra) vergoeding voor o.a. voornoemde (eerder verrichte) werkzaamheden. Dit bedrag geldt per schadeverzekering die via FD is/wordt/zou worden ondergebracht. Indien het totaal verschuldigde bedrag vooraf niet is voldaan brengt FD het verschuldigde bedrag pas bij beëindiging va de polis(sen) of bij een intermediairwijziging in rekening. (…)
2.3.
De overeenkomst is inmiddels geëindigd.
2.4.
[eiser] brengt aan [gedaagde] op 8 mei 2020 een factuur van € 675,00 en op 15 juni 2020 een factuur van € 225,00 in rekening ten behoeve van de twaalf door [gedaagde] opgezegde verzekeringen.
2.5.
[gedaagde] weigert deze facturen te betalen.

3.De vordering

3.1.
[eiser] vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 1.055,35. Dit bedrag is opgebouwd uit een hoofdsom van € 900,00, een bedrag aan wettelijke rente tot aan dagvaarding van € 5,70, en een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten van € 149,65, inclusief BTW. Ook vordert [eiser] wettelijke rente over € 900,00 vanaf de dag der dagvaarding en veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten en de nakosten, een en ander een bedrag van € 25.000,00 niet te boven gaand.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat zij met [gedaagde] een overeenkomst tot financiële dienstverlening heeft gesloten. [gedaagde] geeft daarbij [eiser] opdracht om particuliere schadeverzekeringen onder te brengen bij verzekeraar Reaal. Voor zijn werkzaamheden dient [gedaagde] een eenmalige vergoeding van € 75,00 per huidige en in de toekomst tot stand te brengen verzekering(en) achteraf aan [eiser] te betalen. Op grond van deze overeenkomst heeft [eiser] nog een tweetal facturen (van € 675,00 en € 225,00) van [gedaagde] te vorderen. Ondanks herhaalde aanmaning weigert [gedaagde] tot betaling van deze twee facturen over te gaan. [gedaagde] is hierdoor in verzuim geraakt. [eiser] heeft vervolgens zijn incassogemachtigde ingeschakeld. Hierdoor is [gedaagde] ook buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd.

4.Het verweer

4.1.
[gedaagde] betwist de vordering (gedeeltelijk). Hij voert aan – samengevat – dat er geen rechtsgrond bestaat voor de vordering van [eiser] . [eiser] heeft al provisie ontvangen over de verzekeringen in kwestie. Deze provisie ziet op de werkzaamheden verricht door [eiser] in het kader van het afsluiten en onderhouden van de verzekeringen. De € 75,00 per verzekering zou ook op deze werkzaamheden zien. [gedaagde] betaalt hierdoor dubbel en dit is in strijd met de geldende wet- en regelgeving.
4.2.
[gedaagde] voert tevens verweer tegen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten.
4.3.
Voor zover van belang zal op het verweer van [gedaagde] hierna bij de beoordeling nog nader worden ingegaan.

5.De beoordeling

5.1.
Niet ter discussie staat dat [eiser] en [gedaagde] op 14 december 2012 een overeenkomst tot dienstverlening hebben gesloten. Onbetwist staat ook vast dat deze overeenkomst inmiddels is geëindigd.
5.2.
[eiser] stelt zich op het standpunt dat nu de overeenkomst is geëindigd [gedaagde] de verschuldigde eenmalige beloning van € 75,00 per verzekering aan hem moet betalen. [gedaagde] weigert de aan hem gezonden facturen te betalen omdat hij van mening is dat [eiser] al is betaald voor zijn (al dan niet verrichte werkzaamheden) door middel van provisies die hij van de verzekeraar in kwestie heeft ontvangen. Bovendien is niet duidelijk welke werkzaamheden zijn verricht en laten de facturen na de werkzaamheden te specificeren. [gedaagde] stelt dat de vergoedingen in geen verhouding staan met de al dan niet verrichte werkzaamheden en daarmee niet verschuldigd zijn.
5.3.
De kantonrechter stelt voorop dat partijen vrij zijn met elkaar een overeenkomst te sluiten zolang geen sprake is van strijdigheid met de wet of goede zeden. Hiervan is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake. Voordat [gedaagde] tot ondertekening van de overeenkomst is overgegaan heeft hij kennis kunnen nemen van de inhoud hiervan. Indien hij het met deze inhoud niet eens was, en bezwaar had tegen de door [eiser] in de overeenkomst opgenomen eenmalige vergoeding voor zijn werkzaamheden, had hij van ondertekening af kunnen zien. Dat [gedaagde] nu achteraf het in rekening brengen van een vergoeding naast de provisie die [eiser] ontvangt van de verzekeringmaatschappij als kennelijk onredelijk c.q. onwenselijk beschouwt, maakt nog niet dat deze vergoeding onrechtmatig of kennelijk onredelijk is. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] het betoog van [gedaagde] aangaande de gestelde onredelijk bezwarendheid voldoende heeft weerlegd.
5.4.
Het voorgaande betekent dat [gedaagde] de gevorderde facturen aan [eiser] moet betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente als gevorderd nu hiertegen geen zelfstandig verweer is gevoerd.
5.5.
[eiser] maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat aan de vereisten zoals gesteld in artikel 6:96 BW Pro is voldaan. Daarmee is de vergoeding verschuldigd en zal het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.
5.6.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt.
5.7.
Op hetgeen verder nog door partijen wordt aangevoerd zal de kantonrechter niet ingaan nu dit niet tot een andere beslissing leidt.

6.De beslissing

De kantonrechter:
6.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 1.055,35, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 900,00 vanaf 3 september 2020 tot aan de dag van de gehele betaling, een en ander een bedrag van € 25.000,00 niet te boven gaand;
6.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [eiser] tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 100,89
griffierecht € 236,00
salaris gemachtigde € 248,00;
6.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
6.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B. Voogd en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter