Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
het eerste cumulatieve/alternatieve feitheeft begaan, met dien verstande dat hij:
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
bewezenverklaardelevert op:
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vordering van de benadeelde partij
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren.
[de aangever]geleden schade tot een bedrag van
€ 18.034,24, bestaande uit materiële- en immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 juni 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, aan de benadeelde partij, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
proceskostendoor de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op
€ 1.762,77, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
125 (honderdvijfentwintig) dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft deze betalingsverplichting niet op.
hoofdelijkheid, dat voor zover het schadebedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte, [de medeverdachte] , aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, de verdachte in zoverre van die betalingsverplichting zal zijn bevrijd.