Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 15 maart 2021 in de zaak tussen
kantoor Amsterdamverweerder.
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres verwierf een pand dat oorspronkelijk als kantoorgebouw was gebouwd en later gedeeltelijk verbouwd tot short stay units met voorzieningen als keuken en badkamer. De vraag was of deze units kwalificeerden als woningen (2% tarief) of als hotelkamers (6% tarief) voor de overdrachtsbelasting.
De rechtbank stelde vast dat het pand geen publiekrechtelijke woonbestemming had en dat de units geen eigen huisnummer, deurbel of brievenbus hadden. Huurders konden zich niet op het specifieke unitnummer inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie, en er werden geen afzonderlijke WOZ-beschikkingen afgegeven. De verhuur geschiedde op short stay basis zonder huurovereenkomsten, wat kenmerkend is voor hotelgebruik.
Op basis van de aard van het pand, de verbouwingsdoeleinden en alle omstandigheden concludeerde de rechtbank dat het pand niet bestemd is voor wonen, maar voor logiesfunctie/hotelgebruik. Het beroep van eiseres op het gelijkheidsbeginsel faalde vanwege onvoldoende bewijs van vergelijkbare gevallen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het tarief van 6% bleef van toepassing.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het 6%-tarief voor overdrachtsbelasting blijft van toepassing op het gehele pand.