ECLI:NL:RBNHO:2021:2166

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
31 maart 2021
Publicatiedatum
17 maart 2021
Zaaknummer
8990847 \ CV EXPL 21-457
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:74 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering schadevergoeding wegens onvoldoende causaal verband bij stucwerkzaamheden

In deze zaak vordert eiser een schadevergoeding van € 2.545,00 wegens vermeende schade aan een trap door stucwerkzaamheden uitgevoerd door gedaagde, Saen Strategisch. Eiser stelt dat gedaagde tekort is geschoten door de trap niet af te dekken, waardoor stucmateriaal op de trap terechtkwam en zwarte vlekken zijn ontstaan.

Gedaagde betwist de aansprakelijkheid en voert onder meer aan dat het stucmateriaal niet kan intrekken op de gecoate trap en dat de kleur van het stucmateriaal niet overeenkomt met de zwarte vlekken. De kantonrechter oordeelt dat eiser onvoldoende heeft gesteld om het causaal verband tussen de tekortkoming en de schade aannemelijk te maken.

Hoewel foto's van de schade zijn overgelegd, is niet overtuigend vastgesteld dat de zwarte vlekken door het stucwerk zijn veroorzaakt. Aanvullende bewijsaanbiedingen van eiser, zoals foto's voorafgaand aan de werkzaamheden en e-mailcorrespondentie, worden niet toereikend geacht om het causaal verband vast te stellen.

De kantonrechter wijst daarom de vordering af en veroordeelt eiser in de proceskosten, die voor gedaagde nihil worden vastgesteld.

Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende causaal verband.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 8990847 \ CV EXPL 21-457 WD
Uitspraakdatum: 31 maart 2021 (bij vervroeging)
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
wonende te [woonplaats]
eiser
verder te noemen: [eiser]
gemachtigde: Klaverblad Rechtsbijstand Stichting
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Saen Strategisch B.V.
gevestigd te Utrecht
gedaagde
verder te noemen: Saen Strategisch
vertegenwoordigd door haar bestuurder de heer [XX]

1.Het procesverloop

1.1.
[eiser] heeft bij dagvaarding van 7 januari 2021 een vordering tegen Saen Strategisch ingesteld. Saen Strategisch heeft schriftelijk geantwoord.
1.2.
Op 15 maart 2021 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. [eiser] heeft gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd. Voorafgaand aan de zitting heeft [eiser] bij brief van 15 februari 2021 nog stukken toegezonden.

2.De feiten

2.1.
In april 2020 heeft Saen Strategisch in opdracht van [eiser] stucwerkzaamheden uitgevoerd in een aan [eiser] toebehorende woning aan het adres [straat] [nummer] te [plaats].
2.2.
[eiser] heeft zich bij Saen Strategisch beklaagd over vlekken op de trap van de begane grond naar de eerste verdieping.
2.3.
[eiser] heeft Saen Strategisch aangemaand om aan [eiser] te vergoeden een bedrag van € 2.545,00 ter zake van de kosten van verwijdering en herstel.
2.4.
Saen Strategisch heeft geweigerd deze kosten aan [eiser] te vergoeden.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert dat de kantonrechter Saen Strategisch veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 2.545,00, te vermeerderen met de buitengerechtelijke kosten van € 459,20, de wettelijke rente en de kosten van dit geding.
3.2.
[eiser] voert daartoe kort gezegd als volgt aan. Saen Strategisch is tekortgeschoten in de uitvoering van de overeenkomst, doordat zij heeft verzuimd om tijdens de stucwerkzaamheden de trap van de begane grond naar de eerste verdieping af te dekken. Hierdoor is stucmateriaal op de trap terechtgekomen. Na verwijdering van dit stucmateriaal zijn zwarte vlekken achtergebleven op de trap. Dit moet worden hersteld. Met het herstel van de trap is een bedrag van € 2.545,00 gemoeid, welk bedrag Saen Strategisch gehouden is aan [eiser] te vergoeden. Desondanks weigert zij tot vergoeding van dit bedrag over te gaan.
3.3.
Saen Strategisch voert verweer op gronden die hierna, voor zover van belang, aan de orde zullen komen.

4.De beoordeling

4.1.
Deze zaak draait om de vraag of Saen Strategisch tekort is geschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst en om die reden gehouden is de daardoor door [eiser] geleden schade van € 2.545,00 aan [eiser] te vergoeden. De kantonrechter is van oordeel dat dat niet het geval is en overweegt daartoe als volgt.
4.2.
[eiser] vordert de kosten van herstel van de trap van de begane grond naar de eerste verdieping. [eiser] heeft ter onderbouwing van zijn vordering foto’s overgelegd (productie 4 en 16). Saen Strategisch stelt dat op deze foto’s de zoldertrap te zien is, maar op de als 16 overgelegde foto zijn beide trappen te zien en alle foto’s in onderlinge samenhang bekeken leidt tot de conclusie dat de als productie 4 overgelegde foto’s zijn genomen van de trap van de begane grond naar de eerste verdieping. Met inachtneming van het voorgaande wordt als volgt overwogen.
4.3.
Ook als moet worden aangenomen dat (i) Saen Strategisch heeft verzuimd de trap van de begane grond naar de eerste verdieping af te dekken en (ii) stucmateriaal daardoor op de trap terecht is gekomen, hetgeen Saen Strategisch allemaal betwist, is de kantonrechter van oordeel dat [eiser] onvoldoende heeft gesteld om Saen Strategisch aansprakelijk te houden voor de door [eiser] gestelde schade.
4.4.
Artikel 74 lid 1 van Pro boek 6 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt, voor zover van belang, dat iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis de schuldenaar verplicht de schade die de schuldeiser daardoor lijdt te vergoeden. Het woord “daardoor” in voormeld wetsartikel brengt tot uitdrukking dat er een oorzakelijk (causaal) verband moet zijn tussen de geleden schade en de tekortkoming van de schuldenaar. Ontbreekt dit verband dan is de schuldenaar niet aansprakelijk voor de schade. Uit de hierna volgende beoordeling blijkt dat dit vereiste causaal verband niet is komen vast te staan.
4.5.
Op de foto’s is te zien dat er zwarte vlekken op de trap zitten. De gevorderde schade ziet op de herstelkosten die [eiser] dient te maken als gevolg van de aanwezigheid van die vlekken. Op basis van de overgelegde foto’s is echter niet zonder meer aannemelijk dat de zwarte vlekken zijn veroorzaakt door gespat of geknoeid stucwerk. Saen Strategisch heeft ook gemotiveerd betwist dat dat het geval is. Zij heeft hiertoe naar voren gebracht dat (i) het van gips zijnde stucmateriaal niet kan intrekken op de gecoate trap en (ii) het gelet op de kleur van het gebruikte stucmateriaal niet mogelijk is dat de zwarte vlekken zijn veroorzaakt door het stucwerk. Deze twee argumenten zijn van de zijde van [eiser] niet inhoudelijk weersproken.
4.6.
Daarmee is niet komen vast te staan dat de zwarte vlekken die thans aanwezig zijn op de trap zijn veroorzaakt door een tekortkoming van Saen Strategisch. Saen Strategisch is daarom niet aansprakelijk voor de gevorderde herstelkosten. De vordering ligt daarmee voor afwijzing gereed.
4.7.
Ter zitting heeft [eiser] nog aangeboden om foto’s te overleggen die voorafgaand aan de stucwerkzaamheden van de trap zijn genomen. De kantonrechter gaat aan dit aanbod voorbij, omdat deze foto’s niet af kunnen doen aan hetgeen hierover is overwogen over het ontbreken van het vereiste causaal verband. Ook gaat de kantonrechter voorbij aan het in de dagvaarding gedane aanbod om e-mailcorrespondentie te overleggen en [eiser] te horen als getuige. In het licht van hetgeen hiervoor is overwogen over het ontbreken van het causaal verband acht de kantonrechter dit aanbod niet ter zake doende.
4.8.
De proceskosten komen voor rekening van [eiser], omdat hij ongelijk krijgt. De proceskosten van Saen Strategisch worden begroot op nihil.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Saen Strategisch worden vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. B. Voogd en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter