Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Standpunten
4.Oordeel van de rechtbank
- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting afgelegd;
- het proces-verbaal van aangifte van 6 september 2019 (dossierpagina 11 e.v.);
- een uittreksel uit het geboorteregister ten name van [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] (dossierpagina 23).
5.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
6.Strafbaarheid van de verdachte
8.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
HONDERDTACHTIG (180) DAGEN;
HONDERDNEGENENZEVENTIG (179) DAGEN nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren;
TWEEHONDERDVEERTIG (240) URENtaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door HONDERDTWINTIG (120) DAGEN hechtenis;
[slachtoffer]geleden schade tot een bedrag van
€ 5.590,68, bestaande uit € 590,68 als vergoeding voor de materiële en € 5.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 september 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting;
64 dagen gijzeling, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet opheft, en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 september 2013 tot aan de dag der algehele voldoening;