Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- het vonnis van 3 oktober 2018 (het tussenvonnis);
- het deskundigenbericht van 27 augustus 2019, gedeponeerd op de rolzitting van 29 augustus 2019;
- de conclusie na deskundigenbericht met producties van de zijde van De Jongh;
- de antwoordconclusie na deskundigenbericht met producties van de zijde van de zijde van TGN;
- de rolbeslissing van 27 november 2019;
- de akte uitlating producties van de zijde van De Jongh;
- het proces-verbaal van de op 2 december 2020 gehouden comparitie (hierna: de zitting).
2.De verdere beoordeling in conventie
) dienen de volgende vragen te worden beantwoord, waarbij de toepasselijke regelgeving uitgangspunt is:
Kunt u hier een onderscheid maken in scheuren en of corrosie waaraan al een reparatie heeft plaatsgevonden en alsdan aangeven of de reparatie deugdelijk is verricht?
Indien herstel nodig en mogelijk is kunt u dan aangeven op welke wijze en tegen welke kosten?
De bevindingen van de deskundige heeft De Jongh verder betwist door te stellen dat de constructie van de trailers zodanig zwak is dat die aan de achterzijde ondanks normaal gebruik binnen twee jaar is verbogen. De rechtbank stelt vast dat de deskundige niet heeft geconcludeerd dat de mate van stijfheid (of het gebrek daaraan) van de achterstijlen kwalificeert als een gebrek. Volgens de deskundige is het achterkader niet stijf vanwege de keuze om de oplegger met een schuifdak uit te voeren. Hij concludeert dat het achterkader van de opleggers voldeed aan de koopovereenkomst ten tijde van de aflevering van de opleggers. Ook is niet gesteld of gebleken dat partijen een bepaalde mate van stijfheid van de achterstijlen van de trailer zijn overeengekomen. Zoals de deskundige heeft opgemerkt, is het versterken van de achterstijlen daarom aan te merken als een meer-uitvoering ten opzichte van de koopovereenkomst. Het vorenstaande leidt daarom tot de slotsom dat van een tekortkoming op dit punt niet is gebleken.
De door De Jongh geleden schade moet worden begroot op het bedrag dat nodig is om de feitelijke situatie in overeenstemming te brengen met de verplichtingen van TGN uit de overeenkomst tussen partijen. De rechtbank zal zowel ten aanzien van de dekzeilen als de electraboxen aansluiten bij de door de deskundige berekende herstelkosten. TGN heeft daarover geen opmerkingen meer gemaakt. Dat betekent voor de electraboxen een bedrag van € 175,00 per trailer, en voor de dekzeilen een bedrag van € 3.000,00 per trailer. De deskundige heeft geconcludeerd dat de electraboxen waarvan de printplaat is beschadigd, vervangen moeten worden. Dat betreft zeven trailers. Ter zitting is gebleken dat De Jongh inmiddels drie trailers heeft verkocht. De schade in verband met de dekzeilen dient daarom gemaximeerd te worden tot het herstel van de resterende negen trailers. Ten aanzien van de electraboxen gaat de rechtbank ervan uit dat de zeven trailers met een beschadigde printplaat zich nog onder die negen resterende trailers bevinden.
Daarnaast betrekt de rechtbank bij de vaststelling van de schade de kosten die De Jongh al heeft gemaakt in verband met de vastgestelde tekortkomingen. Volgens haar schadeopstelling betreft dat een bedrag van € 2.000,00 voor aanpassingen van de dekzeilen ter voorkoming van waterschade en een bedrag van € 600,00 voor onderzoek door Dekra aan de electraboxen.
3.De verdere beoordeling in reconventie
8.850,00 (5 punten × € 1.770,00) +