ECLI:NL:RBNHO:2021:1625
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning voor erker ondanks bezwaren over lichtinval en privacy
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning die aan een derde-partij is verleend voor de bouw van een erker aan de voorzijde van diens woning. Na een aanvankelijk besluit in oktober 2019 is het bezwaar ongegrond verklaard in mei 2020, waarna verzoekster beroep instelde en tevens een voorlopige voorziening vroeg.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de wijziging van de erkeraanvraag, waarbij de diepte met 10 centimeter werd verminderd, een wijziging van ondergeschikte aard betreft. De vergunninghouder mocht op basis daarvan een gewijzigde aanvraag indienen en het college beslissen. De erker is deels gelegen binnen een nis en deels buiten, waarbij de bestemmingsplannen 'Wonen' en 'Tuin' van toepassing zijn.
Hoewel de erker dieper dan 1 meter op de bestemming 'Tuin' ligt, is de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid toegepast conform het Afwijkingenbeleid. De bezwaren van verzoekster over de grens tussen bouwvlak en tuinbestemming en de gevolgen voor lichtinval en privacy worden niet voldoende gegrond geacht. De belangenafweging door verweerder wordt als niet onredelijk beoordeeld.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor de erker wordt afgewezen.