Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De op te leggen sanctie
Daarbij is toegelicht dat de verdachte sinds februari 2020 samen met zijn broertje begeleid woont bij Stichting Seedz. Zij delen een woning en ontvangen intensieve begeleiding. De behandeling van Fivoor is gestart. Vooralsnog houdt hij zich bij beide instellingen goed aan de afspraken en lijkt hij bewust een keuze te willen maken om niet meer in aanraking te komen met de politie. Ook is hij gestart met een niveau 2 opleiding (logistiek). Er is intensief contact met de jeugdreclasseerder en de mentor van zijn school en de verdachte laat positief gedrag zien en is aanwezig in de lessen.
7.Beslag
8.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
9.Vorderingen tot tenuitvoerlegging
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
270 (tweehonderdzeventig) dagen.
84 (vierentachtig) dagen nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.
- verblijft bij Stichting Seedz of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.
dadelijk uitvoerbaarzijn.
[slachtoffer 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 6.069,95(zegge: zesduizend negenenzestig euro en vijfennegentig cent), bestaande uit € 5.069,95 als vergoeding voor de materiële en € 1.000,- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 4 augustus 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
20 (twintig) uren taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid.
60 (zestig) uren taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, subsidiair 30 dagen vervangende jeugddetentie.