Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De vordering
€ 3.500en dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
2.Het verloop van de procedure
3.Het standpunt van de officier van justitie
4.Het standpunt van de veroordeelde en zijn raadsman
5.De grondslag van de vordering en de veroordeling
6.De beoordeling van de rechtbank
7.Vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 3.500 [drieduizend vijfhonderd euro].
8.Toepasselijke wettelijke bepaling
9.Beslissing
€ 3.500 [drieduizend vijfhonderd euro]ter ontneming van door haar wederrechtelijk verkregen voordeel.