Art. 103 RvArt. 8 Wet op de rechterlijke indelingArt. 220 Rv
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Bevoegdheid en verwijzing van zaak naar locatie Haarlem wegens samenhang met eerdere procedure
In deze procedure vordert de gedaagde dat de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, zich onbevoegd verklaart en de zaak verwijst naar locatie Haarlem. De vordering is gebaseerd op de geografische indeling van de rechtbank en eerdere procedures over dezelfde woning aan een adres te een plaats binnen de gemeente.
De rechtbank oordeelt dat zij bevoegd is omdat het rechtsgebied van de rechtbank Noord-Holland ook de gemeente omvat waar de woning ligt. De verwijzing op grond van artikel 220 RvPro naar locatie Haarlem wordt afgewezen omdat dit artikel ziet op verwijzing naar een andere rechter, terwijl Haarlem een locatie binnen dezelfde rechtbank is.
Desondanks verwijst de rechtbank de zaak naar locatie Haarlem vanwege de samenhang met een eerdere procedure tussen de gedaagde en zijn ex-echtgenote over dezelfde woning, die aldaar nog aanhangig is. Dit voorkomt risico op tegenstrijdige beslissingen. De proceskosten worden gecompenseerd en de zaak wordt op 26 januari 2022 opnieuw op rol gezet voor verdere behandeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst de exceptie van onbevoegdheid af, compenseert de proceskosten en verwijst de hoofdzaak naar locatie Haarlem.
Uitspraak
vonnis
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
Zittingsplaats Alkmaar
zaaknummer / rolnummer: C/15/322224 / HA ZA 21-606
Vonnis in incident van 22 december 2021 (bij vervroeging)
in de zaak van
1.[eiseres] ,
2. [eiseres],
beiden wonende te [woonplaats 1] ,
eisers in de hoofdzaak,
verweerders in het incident,
advocaat mr. M.L. Hamburger te Amstelveen,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiser in het incident,
advocaat mr. E.M. Kostense te Amsterdam.
Partijen zullen hierna [eisers] en [gedaagde] genoemd worden.
1.De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 2 november 2021
de akte overleggen producties van 17 november 2021
de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring van 17 november 2021
de incidentele conclusie van antwoord van 26 november 2021.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2.De weergave van het incident
2.1.
[gedaagde] vordert dat de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar zich onbevoegd verklaart en de zaak verwijst naar de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem.
Aan deze vordering legt [gedaagde] het volgende ten grondslag:
Het door [eisers] met de dagvaarding van 2 november 2021 aanhangig gemaakte geding gaat in de kern over een woning gelegen aan de [adres] te [plaats] , gemeente [gemeente] . Volgens de “Geografische indeling per 1 januari 2019” van de rechtbank Noord-Holland moeten niet-kantonzaken met betrekking tot de gemeente [gemeente] behandeld worden door de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem.
Subsidiair vordert [gedaagde] met een beroep op artikel 220 WetboekPro van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) om het geding naar de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem te verwijzen omdat daar eerder vonnis is gewezen in het geschil over de verkoop en de levering van de woning.
[gedaagde] vordert verder om [eisers] te veroordelen in de proceskosten en verzoekt het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
2.2
De conclusie van antwoord van [eisers] strekt tot afwijzing van de incidentele vordering met veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van [gedaagde] in de kosten van de procedure. [eisers] voeren daarbij, kort samengevat, het volgende aan:
De rechtbank Noord-Holland is bevoegd kennis te nemen van de ingestelde vordering. Er is hoogstens sprake van een verkeerde locatie. Een verkeerde locatie is onvoldoende om een exceptie van onbevoegdheid toe te wijzen. Omdat [gedaagde] de exceptie van onbevoegdheid ten onrechte heeft opgeworpen, moet [gedaagde] in de kosten worden veroordeeld.
3.De beoordeling in het incident
3.1
De rechtbank zal de vordering van [gedaagde] dat de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, zich onbevoegd verklaart afwijzen. In zaken betreffende onroerende zaken is de rechter binnen wiens rechtsgebied de zaak is gelegen mede bevoegd. [1] Het huidige geding betreft een woning te [plaats] , gemeente [gemeente] . Het rechtsgebied van de rechtbank Noord-Holland omvat ook de gemeente [gemeente] . [2] Dat betekent dat de Rechtbank Noord-Holland bevoegd is ten aanzien van zaken betreffende de hier bedoelde woning.
3.2
Ook de vordering van [gedaagde] om het geding op grond van artikel 220 RvPro naar de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem te verwijzen zal de rechtbank afwijzen. Het genoemde artikel ziet op verwijzing naar een andere rechter. De locatie Haarlem is onderdeel van de rechtbank Noord-Holland. Daarmee kan die locatie niet gezien worden als “een andere rechter” als bedoeld in dit wetsartikel.
3.3
Toch ziet de rechtbank aanleiding om de zaak in de stand waarin deze zich nu bevindt voor verdere behandeling te verwijzen naar de locatie Haarlem. De rechtbank komt tot dat oordeel op grond van de volgende overwegingen:
De rechtbank Noord-Holland kent vier zittingsplaatsen: Alkmaar, Haarlem, Zaanstad en Haarlemmermeer. Met het oog op een evenwichtige verdeling van zaken over deze locaties zijn een Zaaksverdelingsreglement rechtbank Noord-Holland en een daarbij horende Geografische indeling per 1 januari 2019 (hierna: de geografische indeling) opgesteld. Artikel 1 vanPro de geografische indeling bepaalt - voor zover nu van belang - het volgende:
“Onverminderd hetgeen hieronder in 2. staat, geldt voor de in het zaaksverdelingsreglement genoemde soorten zaken die op meer dan één locatie worden behandeld de volgende geografische indeling:
a. Locatie Alkmaar (kantonzaken en niet-kantonzaken): gemeenten Alkmaar, Bergen, Castricum, Den Helder, Drechterland, Enkhuizen, Graft-De Rijp, Heerhugowaard, Heiloo, Hollands Kroon, Hoorn, Koggenland, Langedijk, Medemblik, Opmeer, Schagen, Schermer, Stede Broec en Texel.
Bij een niet-kantonzaak als deze had dan ook volgens dit reglement gedagvaard moeten worden voor de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem.
Het zaakverdelingsreglement en de geografische indeling, kunnen, hoewel gepubliceerd, echter niet gelden als een wettelijke regeling. Zij zijn wel bedoeld om een handvat te geven aan partijen waar zij hun zaak kunnen aanbrengen en waar de behandeling (zo mogelijk) zal plaatsvinden. Ze leggen aan de rechtbank ook een zekere verplichting op om zaken die bij een andere locatie zijn aangebracht door te verwijzen naar de juiste locatie.
3.5
Daar komt bij dat de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, op 16 juni 2021 een vonnis in incident heeft gewezen in een procedure tussen [gedaagde] en zijn ex-echtgenote. In die procedure heeft de ex-echtgenote van [gedaagde] gevorderd om haar toestemming te geven de woning aan de [adres] te [plaats] aan [eisers] te leveren, terwijl [gedaagde] heeft gevorderd om zijn ex-echtgenote te veroordelen mee te werken aan de verkoop en levering van de woning (aan een derde). Dat gaat dus over dezelfde woning als die onderwerp van dit geschil is. De rechtbank merkt op dat [eisers] op de hoogte zullen zijn van het al aanhangige geschil bij de locatie Haarlem. Inzet in dat geschil is immers onder meer levering van de woning aan [eisers] Tegen die achtergrond had van [eisers] mogen worden verwacht dat zij zouden uitleggen, waarom zij de huidige vordering niet in Haarlem, maar in Alkmaar aanhangig hebben gemaakt.
De eerder in Haarlem aanhangig gemaakte vorderingen kunnen niet volledig los worden gezien van de vorderingen in de procedure tussen [eisers] en [gedaagde] . De procedure tussen [gedaagde] en zijn ex-echtgenote is nog aanhangig bij de locatie Haarlem. Daarmee zou behandeling van het geding tussen [eisers] en [gedaagde] door de locatie Alkmaar een risico van tegenstrijdige beslissingen met zich brengen. De rechtbank oordeelt dit ongewenst.
3.6
Gelet op de relatie van partijen en het feit dat beide partijen in het ongelijk worden gesteld, zullen de proceskosten worden gecompenseerd.
4.De beslissing
De rechtbank:
in het incident
4.1
wijst het gevorderde af,
4.2
compenseert de proceskosten in die zin, dat beide partijen de eigen kosten dragen,
in de hoofdzaak
4.3
verwijst de hoofdzaak naar de locatie Haarlem van deze rechtbank,
4.4
bepaalt dat de zaak weer op rol zal komen van 26 januari 2022voor het nemen van een conclusie van antwoord.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 22 december 2021.