ECLI:NL:RBNHO:2021:12418
Rechtbank Noord-Holland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Betaling transitievergoeding en buitengerechtelijke kosten na beëindiging arbeidsovereenkomst
De werknemer, in dienst sinds 1999 bij Mphasis Europe B.V., verzocht de kantonrechter om betaling van een transitievergoeding van €56.810 bruto na beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst per 1 juli 2021. De werkgever erkende de verschuldigdheid en hoogte van de vergoeding, maar stelde een verrekening voor wegens teveel betaald loon door een te lange toepassing van de 30%-regeling.
Tijdens de procedure werd duidelijk dat de gegrondheid van het verrekeningsverweer niet eenvoudig vast te stellen was, mede omdat de werkgever onvoldoende onderbouwing gaf en zelf aangaf dat er onduidelijkheid bestond over haar vordering. De kantonrechter wees het verrekeningsverweer daarom af en veroordeelde de werkgever tot betaling van de volledige transitievergoeding, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 augustus 2021.
Daarnaast werd de werkgever veroordeeld tot het verstrekken van een bruto/nettospecificatie van de transitievergoeding, zonder dwangsom, aangezien een conceptspecificatie reeds was overgelegd. Ook werd de werkgever veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten van €1.343,10 en proceskosten van €987,00 plus nakosten tot €120,00.
De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken op 6 december 2021 door kantonrechter R.I.V. Scherpenhuijsen Rom.
Uitkomst: Mphasis wordt veroordeeld tot betaling van de volledige transitievergoeding, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten.