ECLI:NL:RBNHO:2021:12418

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
6 december 2021
Publicatiedatum
10 januari 2022
Zaaknummer
9462897 \ AO VERZ 21-93
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:673 BWArt. 6:136 BWArt. 6:96 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling transitievergoeding en buitengerechtelijke kosten na beëindiging arbeidsovereenkomst

De werknemer, in dienst sinds 1999 bij Mphasis Europe B.V., verzocht de kantonrechter om betaling van een transitievergoeding van €56.810 bruto na beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst per 1 juli 2021. De werkgever erkende de verschuldigdheid en hoogte van de vergoeding, maar stelde een verrekening voor wegens teveel betaald loon door een te lange toepassing van de 30%-regeling.

Tijdens de procedure werd duidelijk dat de gegrondheid van het verrekeningsverweer niet eenvoudig vast te stellen was, mede omdat de werkgever onvoldoende onderbouwing gaf en zelf aangaf dat er onduidelijkheid bestond over haar vordering. De kantonrechter wees het verrekeningsverweer daarom af en veroordeelde de werkgever tot betaling van de volledige transitievergoeding, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 augustus 2021.

Daarnaast werd de werkgever veroordeeld tot het verstrekken van een bruto/nettospecificatie van de transitievergoeding, zonder dwangsom, aangezien een conceptspecificatie reeds was overgelegd. Ook werd de werkgever veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten van €1.343,10 en proceskosten van €987,00 plus nakosten tot €120,00.

De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken op 6 december 2021 door kantonrechter R.I.V. Scherpenhuijsen Rom.

Uitkomst: Mphasis wordt veroordeeld tot betaling van de volledige transitievergoeding, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 9462897 \ AO VERZ 21-93
Uitspraakdatum: 6 december 2021
Beschikking in de zaak van:
[werknemer],
wonende te [woonplaats]
verzoekende partij
verder te noemen: [werknemer]
gemachtigde: ARAG Rechtsbijstand
tegen
Mphasis Europe B.V.,
gevestigd te Hoofddorp
verwerende partij
verder te noemen: Mphasis
gemachtigde: mr. P.A. van Stempvoort
de zaak in het kortDe werknemer verzoekt de kantonrechter om zijn ex-werkgever te veroordelen tot betaling van de wettelijke transitievergoeding. De verschuldigdheid en hoogte daarvan worden door verweerder erkend. Voor zover verweerder een beroep doet op verrekening gaat dat beroep niet op, omdat de gegrondheid van dat verweer niet op eenvoudige wijze is vast te stellen (artikel 6:136 BW Pro).

1.Het procesverloop

1.1.
[werknemer] heeft een verzoek gedaan om Mphasis te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding. Mphasis heeft bij brief verweer gevoerd.
1.2.
Op 18 november 2021 heeft een zitting plaatsgevonden. Partijen gaven aan een schikking te hebben bereikt. Er is een nieuwe zitting gepland op 22 november 2021 om de schikking te ondertekenen, omdat op 18 november 2021 aan de zijde van Mphasis niemand aanwezig was die daartoe bevoegd was. Op 22 november 2021 was dat ook niet het geval, zodat partijen om een beschikking hebben gevraagd. Mphasis heeft ter zitting geen nader verweer gevoerd.

2.De feiten

2.1.
[werknemer] , geboren [in 1976] , is op 4 januari 1999 in dienst getreden bij Mphasis. De laatste functie die [werknemer] vervulde, is die van Delivery Group Manager, met een salaris van € 7.577,08 bruto per maand.
2.2.
Bij brief van 24 maart 2021 heeft Mphasis de arbeidsovereenkomst met [werknemer] opgezegd per 1 juli 2021.
2.3.
Bij brief van 29 juni 2021 heeft Mphasis [werknemer] geïnformeerd dat de ‘30%-regeling’ te lang op hem is toegepast en dat hij daardoor teveel netto salaris heeft ontvangen. Mphasis heeft aangegeven dat het teveel betaalde salaris zou worden verrekend met de aan [werknemer] te betalen transitievergoeding en dat daarna nog een bedrag van € 19.994,30 bruto zou resteren.
2.4.
Bij brief van 9 juli 2021 heeft [werknemer] verzocht om uitbetaling van de volledige transitievergoeding. Partijen hebben daarna nog via e-mail contact gehad over de 30%-regeling en betaling van de transitievergoeding.

3.Het verzoek

3.1.
[werknemer] verzoekt Mphasis te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding van € 56.810,00 bruto.
3.2.
Aan dit verzoek legt [werknemer] ten grondslag – kort gezegd – dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen is geëindigd op 1 juli 2021 en dat hij op grond van artikel 7:673 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) recht heeft op een transitievergoeding.

4.Het verweer

4.1.
Mphasis heeft bij brief van 8 november 2021 een verweer ingediend. Daarin erkent Mphasis de hoogte van de door [werknemer] verzochte transitievergoeding. Verder voert Mphasis aan dat zij de transitievergoeding nog niet heeft betaald omdat er onvoldoende duidelijkheid bestaat over de vordering inzake de 30%-regeling.

5.De beoordeling

5.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of Mphasis moet worden veroordeeld tot betaling van een transitievergoeding van € 56.810,- bruto.
5.2.
Mphasis erkent dat [werknemer] aanspraak heeft op een transitievergoeding en erkent ook de hoogte van de door [werknemer] verzochte transitievergoeding. In haar schriftelijke verweer heeft Mphasis gezegd dat zij heeft verrekend, ter zitting heeft zij gezegd geen (nader) verweer te voeren tegen de verzoeken van [werknemer] . Het verzoek van [werknemer] zal daarom worden toegewezen. Ook de wettelijke rente zal worden toegewezen.
5.3.
Ten overvloede wordt overwogen dat de gegrondheid van het beroep op verrekening van Mphasis niet op eenvoudige wijze is vast te stellen. Mphasis heeft daar te weinig voor gesteld en zelf al gesteld dat er nog onvoldoende duidelijkheid bestaat over haar mogelijke vordering. Gelet op artikel 6:136 BW Pro komt het verzoek van [werknemer] dan ook voor toewijzing in aanmerking.
5.4.
[werknemer] heeft verder verzocht om Mphasis te veroordelen tot verstrekking van een bruto/nettospecificatie, op straffe van een dwangsom. De kantonrechter zal het verzoek toewijzen, met dien verstande dat de verzochte dwangsom zal worden afgewezen. Mphasis heeft namelijk ter zitting al een concept specificatie overgelegd zodat de kantonrechter geen aanleiding ziet om aan deze veroordeling een dwangsom aan te verbinden.
5.5.
[werknemer] maakt aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat aan de vereisten zoals gesteld in artikel 6:96 BW Pro is voldaan. Daarmee is de vergoeding verschuldigd en zal het verzochte bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.
5.6.
De proceskosten komen voor rekening van Mphasis, omdat zij ongelijk krijgt. Ook de nakosten zullen worden toegewezen.

6.De beslissing

De kantonrechter:
6.1.
veroordeelt Mphasis tot betaling aan [werknemer] van een transitievergoeding van € 56.810,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 augustus 2021 tot aan de dag van de gehele betaling;
6.2.
veroordeelt Mphasis om aan [werknemer] een schriftelijke en deugdelijke netto/bruto specificatie te verstrekken van de betaling van de transitievergoeding;
6.3.
veroordeelt Mphasis tot betaling aan [werknemer] van de buitengerechtelijke kosten van € 1.343,10;
6.4.
veroordeelt Mphasis tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [werknemer] tot en met vandaag vaststelt op € 987,00, te weten:
griffierecht € 240,00
salaris gemachtigde € 747,00 ;
6.5.
veroordeelt Mphasis tot betaling van de nakosten tot een bedrag van € 120,00, voor zover die kosten daadwerkelijk door [werknemer] worden gemaakt;
6.6.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.I.V. Scherpenhuijsen Rom, kantonrechter en op 6 december 2021 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter