ECLI:NL:RBNHO:2021:12260
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op aftrek specifieke zorgkosten wegens onvoldoende onderbouwing
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2016, waarin aftrek van specifieke zorgkosten werd betwist. De kern van het geschil betrof de aftrek van €300 voor extra kleding en beddengoed vanwege de incontinentie van de echtgenote van eiser.
De rechtbank oordeelde dat eiser de extra kosten niet aannemelijk had gemaakt, omdat hij geen medische verklaring kon overleggen en zijn stellingen niet met verifieerbare stukken ondersteunde. Hierdoor werd het beroep ongegrond verklaard.
Daarnaast verzocht eiser om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank wees dit af omdat eiser of diens gemachtigde bij het instellen van het beroep had kunnen weten dat het beroep geen kans van slagen had zonder medische onderbouwing, en het beroep daarom tegen beter weten in was ingesteld.
De rechtbank wees het beroep af en veroordeelde eiser niet tot proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter B. van Walderveen op 30 december 2021 te Haarlem.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 2016 wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.