Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De vordering
€ 36.312,54en dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
2.Het verloop van de procedure
3.Het standpunt van de officier van justitie
4.Het standpunt van de veroordeelde en zijn raadsman
6.Vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 36.312,54.
7.Toepasselijke wettelijke bepaling
8.Beslissing
36.312,54euro (zesendertigduizend driehonderdtwaalf euro en vierenvijftig cent), ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel, in dier voege, dat indien dit bedrag door [medeveroordeelde] geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd.